schrijf een brief

Schrijf eens een brief

Sinds de lockdown vorige week verwerkt PostNL elke dag 14 miljoen brieven en kaarten per dag. Dat zijn er bijna 3 miljoen meer dan vorig jaar.

PostNL denkt zelf dat de toename komt doordat mensen elkaar een hart onder de riem willen steken. En doordat we elkaar niet meer zo vaak live kunnen zien, sturen we blijkbaar een kaartje.

Ik ben een brievenschrijver, dus ik word ook nieuwsgierig van zo’n bericht. Wat schrijven mensen op die kaarten en in die brieven?

Vermoedelijk staat er op veel van die kaartjes alleen een naam. Begrijp me niet verkeerd, het sturen van een kaartje is natuurlijk al heel attent. Zelfs als je er, zoals veel mensen, alleen maar je naam op zet. Toch zijn kerstkaartjes met een persoonlijke boodschap mijn favoriet.

Die zijn als een cadeautje. Eerst het plezier van een envelop op de deurmat en het opscheuren. En daarna, als kers op de taart, een handgeschreven kaartje. Met een herinnering aan een mooi moment van het afgelopen jaar, bijvoorbeeld. Blijer kun je iemand niet maken.

Naast een paar kerstkaarten met persoonlijke boodschap, gebruik ik de kerstvakantie om in ieder geval één brief te schrijven.

Het is een brief met een ongebruikelijke geadresseerde.

Ik schrijf namelijk een brief aan mezelf. Daarin beschrijf ik kort wat het afgelopen jaar me heeft gebracht. En (wat langer) wat ik mezelf toewens in het komende jaar als het gaat om werk, relaties, prive en gezondheid. Zo concreet mogelijk.

Daarna verdwijnt de brief in een envelop. Die plak ik dicht en schrijf op de voorkant: ‘Openmaken op 31 december [volgend jaar]‘.

Elk jaar als ik die brief schrijf, denk ik dat ik volgend jaar echt nog wel weet wat ik heb geschreven.

Ik heb het altijd fout.

Ik weet dan ook zeker dat ik dit jaar op 31 december verrast word. Ik weet zeker dat ik aan COVID-19 voorbij ben gegaan. Ik verkneukel me nu al mijn eigen brief te lezen.

Naast de brief aan mezelf schrijf ik elk jaar ook nog minimaal twee andere brieven. De een voor mijn zoon, de ander voor mijn dochter.

Ik schrijf de brieven op de dag voor hun verjaardag. Daarin beschrijf ik ook hoe ik hen het afgelopen levensjaar heb meegemaakt, hoe ik ze zie, wat ik van ze heb geleerd en waarvan ik vind dat ze zijn gegroeid.

Brieven schrijven geeft de mogelijkheid om langer na te denken over wat je wilt zeggen.

Omdat er geen directe reactie is, blijf je ook langer bij je eigen gedachten. In een gesprek leidt een antwoord van de ander soms tot een wending in het gesprek die je afleidt van je boodschap.

Zo schreef ik vorig jaar een brief aan de liefde van mijn leven, waarin ik ‘waarom ik van je hou’ beschreef. We zijn al meer dan 25 jaar samen en in die tijd had ik nooit zo’n brief geschreven. Het was enorm leuk om te doen én hij werd met liefde gelezen.

Ook heb ik verschillende brieven geschreven om excuses aan te bieden, een vriendschap te vieren of mijn bewondering te beschrijven.

Een brief schrijven kost tijd en aandacht. Maar het levert ook veel op. Een brief is gestolde aandacht die de ontvanger kan bewaren en nog eens kan nalezen.

Dit is mijn wens: dat iemand geïnspireerd raakt door deze blog, een pen en papier pakt en een brief(je) of een kaartje schrijft aan iemand die hem of haar lief is.

Lijkt dat je wel wat, maar weet je niet wat je moet schrijven?

Via deze link vind je een boekje met templates voor onder andere een liefdesbrief, fanmail, een brief om opnieuw in contact te komen met een oude vriend, een dankjewel-brief en een excuusbrief.

Mooie feestdagen gewenst! Blijf gezond en geef aandacht aan elkaar.

Veel schrijfplezier.

Wat een platte boom je leert over overtuigend schrijven

Gisteren kreeg ik onze kerstboom met de post.
Een vierkante doos van ongeveer 10 bij 10 centimeter. En 2 meter lang.

Geen plastic opvouwboom waar je nep-dennengeur op kunt spuiten.

Nee, een stuk stof van 120 bij 180 centimeter met een even zo grote kerstboom erop.
Er zat ook een doosje bij met LED-lampjes die je op de boom kunt spelden.

Ik was erg in mijn nopjes met mijn boom, maar mijn huisgenoten keken wat minder enthousiast.

“Waar gaan we die nou weer ophangen?” vroegen ze (alledrie…).

We vinden er wel een plek voor.
In december.
Ik ga nu mijn kerstboom nog niet uitrollen.

Maar stel je nou eens voor dat je zo’n platte boom wilt verkopen….
Welk overtuigend tekstje schrijf je dan om mensen enthousiast te maken?

De meeste bedrijven komen tot saaie opsommingen. Van het soort stof dat gebruikt is. Het aantal pixels van de print, het soort hout van de stokken (waarmee je hem ophangt).

Ik val van die dingen in slaap. Het boeit me niet.
Ik heb geen verstand van soorten stof en hout. En ook niet van hoeveelheden pixels.

Deze ontwerper pakt het anders aan.

Op haar website staat bijvoorbeeld: “Je kent het vast wel; eindeloos stofzuigen en in het voorjaar kom je nog steeds dennennaalden tegen.”

Inderdaad! We kochten altijd een kleine ‘boom met kluit’ in een pot, omdat we dachten dat we die daarna dan in de tuin konden zetten.
Voordat we hem optuigden zorgden we voor een badje. En we gaven hem geregeld water.

Kortom, we zorgden beter voor de kerstboom dan we gewoonlijk voor onze planten doen. (En die overleven het al jaren.)

En elk jaar opnieuw hadden we de hoop dat we de boom dan NOG een jaar konden gebruiken.
Meestal ging het 10 dagen goed. Maar uiteindelijk bleef er – elk jaar weer – een pierig boompje over.
De rest van de boom verdween in de stofzuiger.

Dat gaat ons dit jaar niet gebeuren.

Wat deze ontwerper goed heeft begrepen, is hoe je mensen op je website kunt overtuigen. Ze laat zien dat ze je “pijn” begrijpt en biedt er een oplossing voor.

Pijn staat tussen aanhalingstekens, want tot een halve week geleden was ik me er niet echt bewust van dat ik een kerstboomprobleem had.

De toon doet de rest. Het lijkt alsof ze met me praat. Dat vergroot haar gunfactor.
Ik doe namelijk graag zaken met ménsen. Het allerliefst met léuke mensen.

Nou ken ik haar helemaal niet, maar door haar manier van schrijven, lijk ik haar toch een beetje te kennen.

Ze lijkt me leuk.

En dat maakt de drempel om te bestellen, lager.

Overtuigend schrijven begint dus bij het kennen van de “pijn” van de klant. En die op zo’n manier beschrijven dat je lezer die herkent.

Het maakt niet uit welke overtuigende tekst je schrijft. Dit principe komt altijd terug.
De manier waarop je die pijn beschrijft, maakt het af. Als je kiest voor een toon die past bij jou en jouw bedrijf, ben niet alleen herkenbaar, maar ook onderscheidend.

Wil je meer weten over overtuigend schrijven?

Kijk dan eens naar de in-company training ‘Haal meer uit je e-mail’.

Die gaat over commercieel en wervend e-mailen. Zo leer je bijvoorbeeld hoe doodgewone e-mails kunnen zorgen voor trouwe klanten die meer kopen.
Interesse in die leuke, praktische oprol-kerstboom? Je kunt hem bestellen bij TinyTrees (ik verdien geen geld aan deze link ;-)).

Aristoteles en het Pyramid Principle

Barbara Minto is de grondlegger van het Pyramid Principle.

 

Nog nooit gehoord van het Pyramid Principle? Heel kort gezegd komt dat erop neer dat je de kernboodschap van een tekst vrijwel aan het begin meldt.
En vanuit die boodschap bouw je je tekst op.

Er is gelukkig nog veel meer te zeggen over het principe, want ik kan er een hele dag training over geven, maar voor deze blog is dit voldoende.

 

Ik was benieuwd naar hoe ze op het idee kwam van het Pyramid Principle?

Dus ik besteedde een uurtje aan Minto-research.

 

Barbara Minto werkte vanaf 1963 Minto bij McKinsey, als eerste vrouwelijke consultant van het bedrijf .

Het werd opgemerkt dat ze goed kon schrijven.

 

McKinsey had kantoren over de hele wereld. En alle rapporten werden geschreven in het Engels.

Maar het niveau van die rapporten viel wat tegen.

En men dacht dat het tegenvallende niveau van de rapporten eraan lag dat consultants in het Engels schreven en niet in hun eigen taal.

Daarom mocht stuurden ze Minto in 1966 naar Londen om de mensen in Europa beter te leren schrijven.

Minto kwam er al snel achter dat het helemaal niet kwam door de taal. Ze zag dezelfde problemen als in de VS.
Het ontbrak de schrijvers aan ‘helder denken’.

Toen dat kwartje was gevallen, verdiepte ze zich in hoe je structuur kunt aanbrengen in denken.
Met die kennis trainde ze consultants over de hele wereld.

 

En uiteindelijk schreef ze er ook een boek over: Het Pyramid principe (het piramideprincipe).

 

In mijn zoektocht naar de zieleroerselen van Barbara Minto las ik ook een interview met haar.
Daarin komt onder andere de term ‘MECE’ aan bod, een afkorting van ‘Mutually Exclusive and Collectively Exhaustive’.

In het Pyramid principle wordt MECE gebruikt om een groep (argumenten bijvoorbeeld) op te delen in subgroepen die onderling geen overlap kennen en samen de hele groep beschrijven.

Als je de term opzoekt, lees je dat je MECE uitspreekt als ‘me-see’ (Nederlands: mie-sie).

 

Maar in het artikel spreekt Minto het uit als rijmend op ‘Greece’.
“Ik heb het ontdekt, dus ik mag zeggen hoe je het uitspreekt,” zegt Minto.

 

Om daaraan snel een correctie toe te voegen:
“Nou ja, eigenlijk heeft Aristoteles het ontdekt, maar ik heb het ingekort en bruikbaar gemaakt voor organisaties om ideeën te ordenen.”

Dat vind ik zo grappig. Dat ze zich plotseling realiseert dat Aristoteles haar heeft geholpen bij het maken van de Pyramid Principle.

Aristoteles in een consultant-jasje dus.

Helder denken is nog steeds een voorwaarde voor helder schrijven.
Daarom is het bij schrijven zo belangrijk dat je eerst de tijd neemt om te denken, voordat je gaat schrijven.

Veel mensen vinden dat lastig. Want als je peinzend uit het raam kijkt, ziet het er natuurlijk niet uit alsof je lekker aan het schrijven bent.

Daarom helpt het als je weet waarover je precies moet nadenken. Dan kun je die antwoorden alvast opschrijven.
En voelt het veel meer als écht schrijven.

Wil je weten waarover je moet denken als je bijvoorbeeld een (advies)rapport moet schrijven?
Ik vertel het je graag.

In een 1-op-1-training bijvoorbeeld (ik heb in november nog 1 plekje).

Of in een (in-company) groepstraining Adviezen die zorgen voor actie.

Hoe effectief is een middagdutje als je schrijft?

Achter het huis van mijn opa en oma stond vroeger een grote kas. Daarachter lag een akker met aardbeien, sperziebonen, kool en bloemen, afhankelijk van de tijd van het jaar.

Mijn opa was tuinder geweest.

Omdat mijn opa en oma in hetzelfde dorp woonden als ik, ging ik vaak even bij ze langs. Opa had een biljart in de schuur staan, waar ik leerde biljarten.

Heel zuinig was hij trouwens niet op dat biljart, want hij plaatste er met net zo veel gemak een stellage op waarmee hij bloemen kon inpakken.

Toen ik jong was, was opa al met pensioen. In de kas liepen kippen rond. De akker werd steeds een stukje kleiner. En naar de veiling ging hij niet meer.

Toch hield hij vast aan een aantal routines. Opa en oma bleven vroeg opstaan.

En het middageten was altijd warm. Oma begon vaak rond 11.00 uur al te koken, want er moest natuurlijk (!) tussen halftwaalf en twaalf gegeten worden.

Na het middageten ging mijn opa in zijn luie stoel zitten. Dan deed hij zijn ogen dicht.

Als kind moesten we altijd heel stil doen als opa ging slapen. Ik geloofde toen niet dat je kon slapen in een stoel. Bovendien leken zijn ogen nooit echt dicht.

Na ongeveer een half uur deed hij zijn ogen weer open. Hij wreef even over zijn gezicht en ging weer aan het werk.

Een goede gewoonte van tuinders: bewust je rust nemen.

Rust nemen is ook belangrijk als je een lang stuk tekst schrijft. Het maakt niet uit of het een moeilijke offerte, een adviesrapport of een artikel is.

Pauzes zijn essentieel. Zo blijf je scherp én effectief.

Toch is het niet slim om precies hetzelfde te doen als mijn opa: 1 lange pauze op een dag.

Maar veel mensen doen dat wel. Ze zitten de hele dag achter hun computer en nemen alleen lunchpauze. Af en toe lopen lopen ze een klein stukje om koffie te halen.

Maar een lange pauze maakt je minder effectief dan een paar kortere pauzes.

Een lange pauze werkt goed bij fysiek werk. Je lichaam kan dan herstellen van de inspanning.

Maar schrijven is hersenwerk. Het vergt concentratie. Dat leidt tot een ander soort vermoeidheid, noem het ‘denk-moeheid’.

Ook je hersenen hebben pauzes nodig om te herstellen. Hiervoor werken een paar kortere pauzes beter.

Wil je weten hoe je die slimme, kortere pauzes inplant tijdens het schrijven?

Dat komt onder andere aan bod in de mini-training ‘5 mindhacks om 3x sneller te schrijven’. Die gratis training vraag je hier aan (als je dat nog niet hebt gedaan natuurlijk).

Je ontvangt na je aanmelding 5x een mail met telkens 1 mindhack, een psychologische tip waardoor je tijd kunt besparen als je schrijft.

Doe er je voordeel mee!

Wat een schrijftraining verbindt met een fietsend konijn

Laatst kreeg ik een mailtje van Pieter. Hij werkt bij de gemeente Rotterdam als planoloog.

Jaren geleden volgde hij de training Adviesrapporten schrijven. Ik weet niet meer precies wanneer, maar ik denk dat het in 2006 was.

 

Pieter mailde me dat hij samen met zijn vrouw Iris (toen ook op cursus, maar in een ander clubje) een kinderboek heeft geschreven.

En dat ik een bijdrage had geleverd aan zijn schrijfplezier.

 

Hij schreef over de schrijftraining die hij volgde:

Mijn teksten waren zo’n beetje het lachertje van ons clubje cursisten. Ik schreef me toch een hoop wiggen en zinnen in zinnen en daar weer wiggen in. We (mijn medecursisten en ikzelf) hebben toen smakelijk gelachen toen jij mij letterlijk voorhield wat ik soms geschreven had.”

 

Hij had in de training geleerd hoe hij dingen simpeler en helderder kon opschrijven. Iets wat juist heel goed bij hem paste.

Als anderen er niet uitkomen, wordt hij nu zelfs gevraagd om bijvoorbeeld een Masterplan te schrijven.

Pieter mailde me: “Wij zijn het voorbeeld dat je training effectief is.”

 

Zo leuk als oud-deelnemers me vertellen dat ze iets aan mijn schrijftrainingen hebben gehad. En nog leuker als ze zelf een boek schrijven.

Daarom maak ik er graag wat reclame voor.

 

Pieter en Iris schreven een kinderboek, waarbij de fietstochten met hun zoontje de inspiratie vormden. De broer van Pieter maakte de tekeningen in het boek. Het ziet er prachtig uit.

 

Het boek gaat over Kootje, een konijntje dat naar opa en oma fietst. Onderweg komt hij allerlei dieren tegen. Dan vraagt hij bijvoorbeeld aan de koe waarom die zulke harde scheten laat. En aan de bever waarom hij bomen omknaagt.

Ik vind het grappig, maar mijn pubers maak ik er niet meer enthousiast voor. Voor kleuters lijkt het me een fantastisch boek om voor te lezen. Ik ga het daarom binnenkort uitproberen op mijn neefje van bijna 3. Eens kijken wat hij ervan vindt.

 

De testimonial van Pieter vind je op de pagina Adviezen die zorgen voor actie.

 

Ben je nieuwsgierig naar het boek? Via deze link kun je het boek over Kootje bestellen (ik verdien er trouwens niets aan als jij op deze link klikt).

afwijzing-offerte

5 redenen waarom offertes geen opdracht worden

Worden niet al je offertes een opdracht? Dan is er waarschijnlijk een van deze dingen met je offerte aan de hand:

 

1. Je hebt de verkeerde dingen gevraagd in het acquisitiegesprek

Of (nog erger) je hebt geen gesprek gevoerd. Je kunt alleen goede offertes schrijven als je de juiste informatie hebt verzameld. ‘Garbage in = garbage out’ zei mijn mentor tijdens mijn stage. Je kunt een leuk gesprek hebben en kennis maken, maar als je niet boven water krijgt wat je toekomstige klant belangrijk vindt, sta je 1-0 achter op je concurrent die wel weet waarop de klant ja zegt.

 

2. Je offerte vertelt te veel

Als je tot in detail vertelt wat jouw oplossing is, is het voor je klant ook gemakkelijk dat voor te leggen aan de concurrent. En daarna te vragen of die dat voor een lagere prijs kan doen. (Dat kan altijd.) Het gaat erom dat je in je offerte een balans vindt tussen een beschrijving van de werkzaamheden en de resultaten die de klant gaat ervaren. In de training leer je hoe je meer overtuigt, terwijl je minder informatie deelt waar je concurrenten slimmer van worden.

 

3. Je offerte heeft de verkeerde toon

Je toekomstige klant wil zich herkennen in jouw voorstel. Maar je offerte is ook een manier om erachter te komen of jij (of jouw organisatie) past bij de klant. Dat jij de juiste partner bent. Je moet de klant dus op de juiste manier aanspreken. En tegelijkertijd trouw blijven aan je eigen identiteit. Je offerte is namelijk ook je visitekaartje.

 

4. Je offerte leunt te veel op de prijs

Als je een offerte wilt winnen, moet je onderscheidend zijn. Veel offerte-schrijvers denken dat je alleen kunt onderscheiden op prijs. Maar er zijn veel meer manieren om je te onderscheiden. Dat kan ook in vorm, opbouw en stijl. Hoe meer de offerte past bij jouw bedrijf én bij wat de klant zoekt, hoe minder de focus ligt op de prijs. In deze training leer ik je hoe je de aandacht van prijs naar waarde verschuift.

 

5. Je lezer valt in slaap

Je toekomstige klant vraag meestal meer offertes aan. Minimaal 2, soms wel 5. Denk je eens in: al die offertes lezen, naast elkaar leggen en vergelijken. Welke offerte blijft hangen, denk je? De offertes met alinea’s als bakstenen en zinnen die je drie keer moet lezen voordat je weet wat er staat, die vallen als eerste af. Niet omdat ze niet aansluiten, maar omdat ze slaapverwekkend zijn.

 

In een training offertes schrijven leer je hoe je deze valkuilen voorkomt. Heb je interesse? Mail me dan voor een afspraak.

Of abonneer je op mijn regelmatige e-mails, zodat je minimaal 1x per week een tip of inzicht in je inbox ontvangt.

Een klantvriendelijke apotheek?

 

Van de week was ik bij de apotheek voor mijn medicijnen. Terwijl ik buiten stond te wachten – er mocht maar 1 persoon tegelijk naar binnen – zag ik wel 5 A4’tjes die op verschillende plekken op de ramen waren geplakt. Dit stond erop:

 

“Wacht thuis op telefoon van ons, eerder krijgt u uw medicijnen niet geleverd. (uitzonderingen daargelaten natuurlijk).”

 

Ik kreeg het een beetje warm. In mijn tas zaten weliswaar drie herhalingsrecepten, die voorheen altijd voldoende waren geweest om met een stapeltje gekleurde doosjes weer naar buiten te lopen. Maar ik twijfelde of die briefjes in mijn tas deze keer voldoende zouden zijn.

 

Ik wist namelijk zeker dat ik niet gebeld was.

 

Was ik de uitzondering? Ik hoopte het maar, want ik wist ook zeker dat ik nog maar voor 2 dagen medicijnen had.

 

Medicatieplanning is niet mijn sterkste punt. Pas als de stripjes bijna op zijn, denk ik aan de apotheek. Misschien heeft dat iets te maken met de vriendelijkheid van het personeel van de apotheek, die in de toon van het briefje doorschemerde.

 

Inmiddels was ik bijna aan de beurt. Ik stond op het stoepje van de apotheek die er uitzag als een balzaal. Strakgeboende vloer van minimaal 40 vierkante meter met daarin 1 eenzame danser: degene die wachtte op de medicatie.

 

Toen ik bij de balie stond en de herhalingsrecepten uit mijn tas viste, schudde de mevrouw aan de andere kant van het raam al met haar hoofd. Ze zei niets, maar wees met haar in blauw latex gehulde hand naar een kartonnen doos waar aan de bovenkant met een mesje een alternatieve brievenbus in was gesneden. Blijkbaar was het de bedoeling dat ik daarin mijn recepten deponeerde.

 

Ik probeerde uit te leggen dat ik deze briefjes van hen had gekregen, dat ik ze netjes in een mapje had bewaard. Maar de mevrouw bleef maar schudden en vroeg: “Naam?” Ze staarde naar het computerscherm. Ze noemde de medicijnen die ik nodig had. De juiste dosering. Ik knikte. Dit ging de goede kant op.

 

“Ik weet niet of we die op voorraad hebben. We bellen als ze klaar liggen.” Ze zei het alsof ze afscheid van me nam.

Ik vroeg of dat waarschijnlijk morgen zou zijn. “Ik heb nog maar voor twee dagen,” zei ik.

“Beter plannen,” was haar antwoord.

 

Twintig seconden later stond ik weer buiten. Zonder medicijnen.

 

Gelukkig kreeg ik de volgende dag een telefoontje dat de medicijnen klaar lagen. Daarvoor moest ik wel weer 20 minuten in de rij staan. Maar goed, nu kan ik weer 3 maanden vooruit.

 

Tijdens het wachten dacht ik dat hier best iets uit te leren valt. Ja, ik zal de volgende keer iets eerder mijn nieuwe medicijnen halen. Daarnaast zoek ik een andere apotheek.

 

Want er is misschien wel het meeste te leren over klanten binden. Er zijn echt wel meer apotheken in Rotterdam. Zowel de toon van het briefje als de toon van de medewerker zorgden voor een onaangenaam gevoel.

 

Als je klanten aan je wil binden, moeten ze het gevoel hebben dat jij je uiterste best doet voor hen. Dat begint al bij het eerste klantcontact.

 

Een offerte is vaak het document waarmee je laat zien wat jou onderscheidt van je concullega’s. Je wilt graag dat je potentiële klant dan een warm gevoel krijgt bij jou, en erop kan vertrouwen dat jij (op tijd) levert wat je belooft.

 

In de (online) training over het schrijven van offertes: ‘Altijd een JA op je offertes’ besteed ik ook aandacht aan hoe je dat warme gevoel onder woorden brengt.

Waarom veel online trainingen geen training zijn

‘Van tegenkracht naar veerkracht in coronatijd’. En ‘Ze schieten schieten als paddestoelen uit de grond sinds iedereen thuis naar zijn beeldscherm zit te staren. Webinars.
Ik word er niet vrolijk van.

Is een online training beter?
Nee, meestal niet.

Het valt me op dat veel online trainingen helemaal geen training zijn.

Het zijn vooral ‘luister-naar-wat-ik-vertel-verhalen’. Soms zelfs niet eens live.
Met als boodschap: ‘Doe als ik doe. Dan word je succesvol. Want dat ben ik ook.’

En voordat je me nu boos gaat mailen dat echt niet alle online trainingen zo zijn: Ja, ik weet het.

Er zijn uitzonderingen.
Mooie uitzonderingen.

 

Toch zijn veel online trainingen als ouderwetse lessen op de middelbare school.

Weliswaar zonder man met Noorse kabeltrui en zonder piepende krijtjes op het bord.
En soms mét flitsende Powerpoints met leuke plaatjes. Die hadden we niet in de jaren ’80.

Maar waar je op school nog moest oefenen, hoef je bij zo’n online training alleen maar te luisteren. Geïnspireerd te raken.

Inspiratie is belangrijk, begrijp me niet verkeerd.
Net als enthousiasme en kennis.

 

Maar inspiratie is niet genoeg.

Niet genoeg om dingen te leren. En van daaruit te veranderen.
Dat is volgens mij wat een echte training doet.

Mijn trainingen gaan over beter leren schrijven. Dat lukt niet als je alleen WEET hoe het werkt. Je moet het DOEN.

En dat niet alleen.

Als je dan je best doet om het toe te passen, dan is het fijn als er iemand naar kijkt. En je feedback geeft. Hoe het misschien NOG beter kan.

Juist dan leer je.

 

Ik geloof dat een training je echt iets oplevert als die twee belangrijke elementen bevat.

Als eerste: een training die aansluit bij jouw praktijk. Je leert meer van een training die gaat over waar jij dagelijks mee te maken hebt. Toch bevatten veel online trainingen een algemeen verhaal. Je moet dan de hele tijd zelf de vertaalslag maken. Dat is best lastig, want jouw werk is nooit precies hetzelfde als het voorbeeld.

Daarnaast: oefening (met feedback op je antwoorden). Het klinkt als een open deur, maar veel online training doen het niet.
Ja, je krijgt Inspiratie. Maar wat doen de meeste mensen daarmee?
Ik heb eens gelezen dat maar 3% van de mensen die een zelfhulpboek koopt, het werkelijk toepast.
3%!

Dan vraag ik me af: wat is het verschil tussen een zelfhulpboek en een gemiddelde online training?
Inhoudelijk niet zo veel. De prijs wel.

Een algemene online training is lekker schaalbaar

Begrijp me niet verkeerd: ik snap het ook wel vanuit een ondernemer. Een algemene online training is lekker schaalbaar. Je kunt ‘em eindeloos verkopen, terwijl je in je hangmat op Ibiza ligt.

Maar ik word er niet warm van.

Ik werk het liefst met echte mensen die echte teksten schrijven. Zij leren van mij. Maar wat ik het leukste van mijn vak vind: ik leer ook van hen.
Zo leerde ik van de week bijvoorbeeld hoe een tomatenkas verwarmd wordt met aardwarmte. En vorige week welke stappen een hacker zet als hij een aanval op een server doet.

Superinteressant.

Ik wil me niet voorstellen hoe het leven zou zijn zonder al die mooie verhalen en interessante onderwerpen in mijn werk.

 

Daarom heb ik besloten dat mijn online training ‘Altijd JA op je offerte’ een andere vorm krijgt dan veel online trainingen.

 

Ik ga werken met een klein groepje van max 8 deelnemers.
Wel via Zoom, zodat we geen reistijd hebben.

De training is op een aantal data die ik vooraf vastleg. Als je dan niet kan, is dat heel jammer, maar dan kun je beter niet meedoen. Ik geef deze training nog wel een keer (als het bevalt).

Je levert vooraf een zelfgeschreven (geanonimiseerde) offerte in. De input van alle deelnemers is voor mij het startpunt van de training. Ik maak maatwerkopdrachten waarin ik de teksten van alle deelnemers voorbij laat komen.

 

Tijdens de training werk je aan een eigen offerte-format.

Dat format gaat je heel veel tijd opleveren (en hopelijk ook veel nieuwe opdrachten).

En natuurlijk krijg je een overzicht van alle theorie, zodat je ook later nog eens kan terugbladeren, als je weer met iets anders wilt experimenteren in je offerte.

Eigenlijk wordt het dus een ‘gewone’ training. Maar dan online, via Zoom. Met lekker veel oefenen en aandacht voor iedereen.

Zonnebrillen voor dikhoofden

De Amerikaanse Rico Elmore is, zoals hij zelf, ‘een grote man’.
Hij was een man met een probleem.
Zijn hoofd was zo groot, dat hij geen zonnebril kon vinden die op zijn hoofd paste.

Dat is best een groot probleem als je in het zonnige Indianapolis woont. Wat doe je dan? Een pet opzetten met een grote klep die je ogen beschermt? Misschien is je hoofd daar dan ook te dik voor.

Rico zag geen probleem.
Hij zag een gat in de markt.

Hij dacht: als ik een probleem heb met het kopen van een passende zonnebril, dan hebben anderen dat waarschijnlijk ook!

Zonnebril voor dikke hoofden

In 2005 introduceerde hij daarom zijn eigen zonnebril: de Fatheadz (‘Dikhoofden’).

Eerst bracht hij 4 soorten in verschillende kleuren op de markt. Maar inmiddels bestaat zijn aanbod uit meer dan 100 items voor mensen met grote hoofden.

Rico vond het prima om zijn probleem uit te venten. In zijn marketing legde hij alle nadruk op het probleem van zijn klanten.

Die herkenden het probleem meteen. Stel je maar eens voor: als je nooit een zonnebril hebt gepast. Altijd hoofdpijn van de felle zon. Dan haak je echt wel aan als je opeens een zonnebril voorbij ziet komen die belooft dat hij wel op je hoofd past.

Zijn product is een welkome oplossing voor het probleem van velen.

(Niet van mij trouwens, want ik heb een heel klein hoofd. Een kinderzonnebrilletje past mij het best… Maar dat terzijde.)

 

Problemen benoemen in een offerte

Toch benoemen de meeste ondernemers het probleem van hun klant niet. Niet op hun website. Niet in een offerte.

Ze vinden dat negatief. Liever benadrukken ze hun dienst, met alle specificaties, technische foefjes en jarenlange ervaring.

Daar is op zich natuurlijk niets mis mee. Maar als je niet vertelt welk probleem je oplost, dan is er bij jouw klant niet veel urgentie om jouw product of dienst te kopen.

Zeker in een offerte is het belangrijk dat je duidelijk omschrijft wat het probleem van de klant is.

Dat lijkt misschien een open deur, maar in de trainingen Offertes schrijven die ik de afgelopen jaren gaf, zag ik dit bijna altijd fout gaan.

De schrijvers beschreven bijvoorbeeld vooral de wens van de klant, wat de klant wilde bereiken. Of ze herhaalden precies de vraag die de klant had gesteld in het acquisitiegesprek.

Dat is iets anders dan het probleem van de klant benoemen. Het probleem van de klant is namelijk niet hetzelfde als de vraag die de klant stelt. De vraag komt er wel uit voort.

Je komt pas achter het échte probleem als je slimme vragen stelt in het acquisitiegesprek. En de antwoorden daarop heb je nodig als je een offerte wilt schrijven waarop je klant meteen JA zegt.

Dit is een van de onderwerpen in de nieuwe online training Altijd een JA op je offertes.
Is die training misschien iets voor jou?

Wat een zwembad met sneller schrijven te maken heeft

Boven mijn bureau hangt een A4’tje met daarop de volgende zinnen die mij helpen bij sneller schrijven:

“Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.”

Het is een citaat van Robbert Dijkgraaf, een paar jaar geleden in NRC. Het artikel ging over ‘Deep Work’, een boek over de noodzaak van geconcentreerd werken om maximaal te kunnen presteren.

Dat beeld van een stil zwembad spreekt enorm tot mijn verbeelding. Vroeger had ik tussen mei en september 3x per week zwem- en waterpolotraining in buitenzwembad De Bever in Sint-Pancras (in de kop van Noord-Holland).

Hulp bij Sneller schrijven

De uitspraak van Robbert Dijkgraaf helpt mij als ik wil gaan schrijven. Hoe?

Daar waait het veel. Toch herinner ik me vooral een spiegelend zwembad zonder spetterende pubers aan de start van de zomeravondtraining. Dan kon je opeens op de bodem een verloren haarelastiekje zien liggen.

Simpel.

Ik zorg voor een leeg ‘zwembad’, in dit geval mijn bureau. Dat ruim ik op. Dat wil zeggen: ik maak van alle losse blaadjes, boeken, mapjes met trainingen een grote stapel. Met de nietmachine, perforator en theepot erbovenop.

Dat geheel leg ik – heel voorzichtig – op de grond.

Dan is mijn bureau leeg. Als een stil zwembad.

Dan kan het schrijven beginnen.

Je kunt de hele dag worden afgeleid van datgene wat je eigenlijk moet doen.

Zorgen voor focus is een belangrijk advies als sneller schrijven je doel is. Dat is geen hogere wiskunde. Ook geen wereldschokkend inzicht. Eerder een raad door de open deur.

Maar toch.

Even serieus.

Het feit dat je het WEET, betekent dat ook dat je het DOET?

 Niet altijd. Toch?

Als jij klaar bent met afleidingen, en nu echt werk wilt maken van sneller schrijven, geef je dan op voor de gratis online mini-cursus 5 mindhacks om 3x sneller te schrijven.

Je krijgt dan 5 mailtjes met telkens 1 tip hoe je sneller schrijven toepast in jouw praktijk. Toe te passen als je nu thuis werkt maar ook als je (straks weer) in een drukke kantoortuin zit.

Ik wens je alvast een afleidingsloze schrijfsessie!

ProTaal – Schepenstraat 86B – 3039 NM – Rotterdam – 010 – 465 77 75 – info@protaal.nl