Archief voor de "Taal algemeen" categorie

Fouten in tekst: vergeeft je lezer je?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

TypefoutHet liefst schrijf ik perfecte teksten. Foutloos. Maar ook ik maak regelmatig fouten. Ik maak even snel iets af, en dan, hup, de digitale brievenbus uit. Niet veel later valt mijn blik precies op dat vergeten woord of die letter die daar niet moet staan. Zijn die fouten onvergefelijk?

Wat is eigenlijk een perfecte tekst? Natuurlijk is dat een tekst zonder fouten. Maar een perfecte tekst is meer dan dat. Een perfecte tekst brengt precies die boodschap bij je lezer over die jij in gedachten had toen je hem schreef. Is dat voor elke lezer gelijk? Waarschijnlijk niet.

Dat brengt me op de vraag: ‘wat is fout’? Is het woord ‘beeetje’ fout, omdat ik één keer te veel de letter ‘e’ aansloeg? Ja, feitelijk gezien wel. Maar neemt mijn lezer me dat kwalijk?

Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar het effect van spelfouten. Een mooi overzicht daarvan geeft Floortje Westerbrugen in haar artikel op Tekstblog. De resultaten geven geen eenduidig antwoord op de vraag welk effect spelfouten hebben op teksten.

Kort samengevat laten Kloet, Renkema en Van Wijk zien dat taalfouten vooral invloed hebben op de begrijpelijkheid van de tekst. Maar uit onderzoek van Yvonne Harm (2008) blijkt dat taalfouten ook een negatief effect hebben op de geloofwaardigheid van de zender en de tekst.

Effect van fouten in direct-mails

Interessant is het onderzoek van Jansen (Onze Taal, 2010) naar het effect van fouten in spelling, zinsbouw en woordvormen in direct-mails. Daaruit bleek dat de zinsbouwfouten (‘de meisje’ bijvoorbeeld) een veel zwaarder negatief oordeel met zich meebrachten dan de spelfouten.

Bij vervolgonderzoek van Jansen werden alleen d/t-fouten opgenomen. Toen bleek de helft van de (hoogopgeleide) proefpersonen, de fouten niet eens op te merken! En de andere helft die de fouten wel zag, gaf geen negatiever oordeel dan de personen die de spelfouten niet hadden gezien….

Jansen besluit zijn betoog overigens wel met de opmerking dat een direct-mailing niet te vergelijken is met een sollicitatiebrief: deze worden op een andere manier gelezen.

Hoe komt het eigenlijk dat we spel- en typefouten niet altijd zien? Ook psychologen onderzoeken leesgedrag. Uit onderzoek van Frisby (1979) blijkt dat lezers meer kijken naar woordbeeld dan naar de afzonderlijke letters van een woord. Kinderen die leren lezen, lezen elke letter: v – i – s en daarna maken ze er een woord van: ‘vis’.

Als je eenmaal kunt lezen, heb je niet meer alle letters van een woord nodig om het te kunnen herkennen. Dan springen je ogen van tekstblok naar tekstblok.

Kijk maar eens naar de onderstaande zinnen:

In Afrika leefde een olxfxnt die Elmo heette. Elke dag stond hij op om met de
een gxrxffe te ontbjiten in het grotedierenbos.

Waarschijnlijk kostte het je geen enkele moeite om de bovenstaande tekst te lezen. De x’en in olifant en giraffe vulden je hersenen als vanzelf aan. Heb je ook gezien dat in het woord ‘ontbijten’ de ‘i’ en de ‘j’ waren omgedraaid? En dat er voor giraffe ‘een’ te veel stond?

Hersenen zijn getraind om fouten in woorden te herstellen

Vergeten letters, te veel woorden, omgedraaide letters: je hersenen zijn erin getraind om er een samenhangend geheel van te maken. Soms ben je je daar bewust van, maar vaak ook niet. Dan lees je dus over een typefout heen. Vooral bij langere teksten, waar je meer wordt ‘afgeleid’ door de inhoud en andere woorden, is de kans groter dat je een typefout over het hoofd ziet.

Fouten zijn niet om trots op te zijn. Maar om te leren, moet je ook fouten (mogen) maken. Zo heb ik onlangs weer geleerd dat ik niet zo arrogant moet zijn dat ik mijn eigen ebook kan redigeren. Daarvoor moet ik ook eerst een ander paar ogen de tekst laten nakijken. Bij typefouten als ‘beeetje’ doet de spellingcontrole overigens ook wonderen.

Er ligt zelfs een gevaar op de loer als je altijd perfecte en foutloze teksten wilt schrijven. De kans is aanwezig dat je er zo veel tijd mee bezig bent, dat die tijd niet opweegt tegen de baat. Of dat de tekst uiteindelijk nooit wordt gepubliceerd. En dat is het ergste wat er met tekst kan gebeuren: geschreven om niet gelezen te worden.door Suzanne Meijles

Als in een training cijfers in wervende teksten ter sprake komt, komt ook meestal De Vraag: wanneer schrijf je een getal als een woord en wanneer als een cijfer?


Maar ik wil het niet hebben over regels. Wel over hoe je cijfers gebruikt in je overtuigende tekst. Want cijfers zijn niet altijd even overtuigend. In dit artikel lees je hoe je cijfers inzet om te overtuigen in tekst.
Cijfers lijken overtuigend. Zeker als ze “uit onderzoek” afkomstig zijn. Die cijfers doen een claim op de autoriteit, als bron.

Als uit onderzoek is gebleken dat 95% van de ondervraagden tevreden is over een dienst of product, overtuigt dat veel potentiele kopers. Het is een truc die door reclamemakers veel wordt toegepast.

Ik schrijf “truc”, want veel cijfers, zeker in de reclamewereld, zijn niet uit wetenschappelijk onderzoek. De grootte van de steekproef wordt zo groot vermeld, dat je er een bril voor moet aanschaffen (omdat ze in zulke kleine lettertjes geschreven dat geen enkel normaal mens zonder 78 inch tv die letters kan lezen). Dan deden er bijvoorbeeld maar 10 mensen mee.

En daar is niets wetenschappelijks aan, want dan heeft een resultaat pas echt iets te vertellen als de steekproef (veel) groter was, bij voorkeur 100 proefpersonen (of meer).

 

Maar wanneer zijn cijfers niet overtuigend? Daar is (wetenschappelijk) onderzoek naar gedaan. Echt waar! En dan met name naar het verschil in overtuigingskracht tussen verhalen (anekdotes) en cijfers (statistieken).

 

En wat bleek? Het verhaal was veel overtuigender dan de zuivere statistieken. Want cijfers zijn ook vaak saai, droog en grijs. Je kunt je er maar weinig bij voorstellen. Nisbett en Ross noemden dat in hun onderzoek het gebrek aan levendigheidseffect.

 

Het klinkt logisch, dat een verhaal meer tot de verbeelding spreekt dan cijfers op zich. Maar wat gebeurt er als argumenten in zowel het verhaal als in de cijfers vergelijkbaar levendig zijn beschreven?

 

Hoeken en Van Wijk lieten in 1997 zien dat de bewijsvoering met cijfers overtuigender was als deze even concreet was beschreven als de verhalende bewijsvoering.

 

Zij beschreven bijvoorbeeld in de eerste, puur verhalende tekst de ervaringen van een mevrouw bij wie was ingebroken. In het verhaal kwamen geen cijfers voor, maar wel de gevolgen die de inbraak bij mevrouw hadden gehad. Bijvoorbeeld: “Ze schrikt regelmatig midden in de nacht wakker in de vaste overtuiging dat er inbrekers in huis zijn.’

 

In de beschrijving met getallen, beschreven Hoeken en Van Wijk dat er een enquete was geweest onder 2087 mensen bij wie was ingebroken. Een van de gevolgen was als volgt beschreven: “64% schrikt regelmatig midden in de nacht wakker in de vaste overtuiging dat er inbrekers in huis zijn.”

 

Kort gezegd zorgt een anekdote ervoor dat lezers zich goed kunnen voorstellen wat de gevolgen voor 1 persoon zijn. Maar cijfers geven meer informatie over hoe algemeen de problematiek is. Die plaatsen het probleem in perspectief.

 

Hoe kun je deze gegevens nu verwerken in jouw wervende tekst? Je kunt beide vormen

combineren. Op je website geef je bijvoorbeeld op de pagina klanten allereerst aan hoeveel mensen je de afgelopen jaren hebt geholpen. In de sociale psychologie is dit verschijnsel ook wel bekend als ‘sociale bewijskracht’ (psycholoog Cialdini noemt het ‘social proof’).

 

Dit hopelijk grote getal zegt iets over de algemeenheid: er zijn veel mensen die iets willen doen aan de problemen die ze ondervinden. Daaronder kun je een aantal testimonials (lees: verhalen, anekdotes) plaatsen van individuen die hun verhaal vertellen over hoe jouw dienst hen heeft geholpen.

 

Heb je geen grote getallen te melden? Ga ze dan niet verzinnen. Weet dat het verhaal van een persoon ook zeer overtuigend kan zijn. Zeker als een lezer zich in de omschrijving van de testimonial of casus herkent.

 

Een andere manier om cijfers op een overtuigende, prikkelende manier te gebruiken, is beschreven voor De Jong en Burger. In hun Handboek Stijl geven zij aan dat je een artikel bijvoorbeeld kunt openen met schokkende cijfers. Op deze manier prikkel je je lezer de rest van je artikel ook te lezen.

 

In krantenartikelen vind je regelmatig openingen met schokkende cijfers. In NRC van afgelopen weekend vond ik bijvoorbeeld de volgende opening bij een artikel van Karel Knip: “De gierzwaluw vliegt negen maanden per jaar, zonder landen. Hij wordt steeds populairder, maar het aantal neemt snel af.”

 

De moraal van dit artikel: cijfers kunnen zeer overtuigend zijn. Maar ze zijn extra krachtig

als je ervoor zorgt dat ze levendig zijn beschreven. Dan kan je lezer zich er meer bij voorstellen en zal hij je tekst ook beter onthouden.

 

© Suzanne Meijles

Wat vind je van dit artikel? Ik lees het graag! Laat hieronder je reactie achter.

 door Suzanne Meijles

Wanneer schrijf je een getal in cijfers en wanneer in letters?

De regels op een rij:

In lopende zinnen schrijf je de volgende getallen voluit:

  • 1 tot 20
  • tientallen
  • honderdtallen
  • duizendtallen
  • Je schrijft getallen als cijfers als je schrijft over eenheden.
    Eenheden zijn bijvoorbeeld kilo’s, euro’s en (centi)meters.

     

    Voorbeelden

    Je schrijft bijvoorbeeld:

    “Ze heeft vier kinderen gekregen.”
    “Tweehonderd mensen bezochten onze stand.”
    “Van de dertien aanwezigen, meldden zich er drie af.”

    Maar

    “Ze liep 4 kilometer om thuis te komen.”
    “Onze kat woog 8 kilo.”
    “De lucht wordt 15 meter bovendaks uitgeblazen.”door Suzanne Meijles

    Veel zelfstandige dienstverleners die ik ontmoet, gebruiken op hun website taal die meer vragen oproept dan beantwoordt. Er staan zinnen als “ik ondersteun, begeleid en coach organisaties met het implementeren van financiële structuren.” Heb jij dan enig idee wat ze doen? Ik niet. Ik voel me hooguit een beetje dom dat ik het niet meteen begrijp.

    Mensen die op je website komen en niet direct begrijpen wat jij hun te bieden hebt, klikken je website meteen weg. Als je deze woorden in, bijvoorbeeld een netwerkgesprek gebruikt, kan je gesprekspartner altijd vragen wat je dan precies doet (als hij tenminste nog durft). Maar op je website heb je die kans niet.

    Mensen gebruiken vaak moeilijke woorden om goed over te komen. Het resultaat is echter omgekeerd. Je loopt de kans dat bezoekers van je website denken dat je ‘gebakken lucht’ verkoopt. Terwijl de meeste zelfstandigen die ik ontmoet werkelijk heel waardevol werk voor hun klanten doen. Niks gebakken lucht.

    Hoe komt het nu dat zulke nietszeggende woorden op een website terecht komen? Meestal zijn het woorden die de schrijver gewend is geraakt. De meeste zelfstandigen werkten eerst in loondienst, in een branche waar iedereen in die terminologie sprak. Waar het geaccepteerd werd, waar er misschien een grote naam van het bedrijf waar ze werkten achter ze stond.

    En als je dan voor jezelf begint, wil je misschien laten zien dat je ook te vertrouwen bent zonder die grote naam van dat bedrijf achter je naam. En dus gebruik je woorden die eigenlijk niet zo veel zeggen. Je website is voor veel potentiële klanten een manier om jou (beter) te leren kennen. Het kunnen vertellen in duidelijke taal wat je te bieden hebt, is daarbij heel belangrijk.

    Moet je dan jip-en-janneke-taal gaan schrijven? Nee, van mij niet. Duidelijke taal is iets anders dan kinderlijke taal. Maar in de praktijk zal het wel betekenen dat je meer moet uitleggen dan je in eerste instantie misschien denkt.

    Woorden als ‘implementeren’ en ‘financiële structuren’ lijken heel toegankelijke begrippen als je er dagelijks mee werkt, maar op je website zul je soms meer woorden moeten gebruiken om uit te leggen wat dat dan precies is. En natuurlijk beschrijf je ook in duidelijke en concrete woorden wat het de klant oplevert als hij jou inhuurt.

    Schrijven is niet meer (en niet minder!) dan praten met je lezer. Op je website is dat misschien wel het allerbelangrijkste. Spreek de taal van je lezer, je potentiële klant. Stop met  nietszeggende woorden. Verwoord de dienst die je levert en het resultaat voor de klant concreet en helder. Dan zul je zien dat meer klanten je weten te vinden.

    © Suzanne Meijles

    Wil je reageren op dit blog? Graag! Hiervoor kun je het reactieformulier hieronder gebruiken.door Suzanne Meijles

    maanHet lijkt een tegenstelling, hè? Klanten aantrekken zonder ze te zien of te spreken. Maar het kan. Sinds iets meer dan een jaar doe ik niet meer aan koude acquisitie en ik ben al jaren niet meer aangesloten bij een georganiseerde netwerkclub. Toch heb ik nog nooit zoveel klanten gehad als nu.

    Wat is mijn geheim? Het is even simpel als doeltreffend: ik schrijf. Nu denk je misschien: “ja, natuurlijk, dat is jouw vak.” Maar tot een jaar geleden schreef ik ook, maar leverde het me geen nieuwe klanten op. Het enige wat ik nu anders doe is dat ik eens per maand een artikel verstuur. En daarnaast plaats ik informatieve artikelen hier op mijn weblog.

    Wat misschien wel het allermooiste is aan het schrijven van artikelen, is dat ze op elk moment te lezen zijn, ook als je er zelf niet bent. Ook ’s avonds laat of als jij op vakantie bent. Artikelen kunnen een eigen leven gaan leiden, omdat anderen jouw artikel kunnen doorsturen.

    Misschien heb je wel eens een artikel geschreven, maar leverde het je niets op. Wat kan er dan aan de hand zijn? Hieronder lees je de drie meestvoorkomende problemen bij artikelen:

    1. Het artikel heeft geen goede titel. Een goede titel is het startpunt voor een artikel. Op basis van de titel maakt je lezer het besluit om jouw tekst wel of niet te lezen. Een van mijn vorige nieuwsbrieven ging over het maken van een wervende titel. Je vindt het artikel hier: http://www.protaal.nl/blog/2009/06/05/5-tips-om-wervende-koppen-te-schrijven-die-je-lezer-de-tekst-inzuigen/

    2. Het artikel geeft geen antwoorden op de vragen die de lezer heeft. Deze artikelen gaan te veel uit van wat de schrijver wil vertellen. Ze hebben weinig tot geen oog voor de problemen, vragen en behoeften van de lezer.

    3. Het artikel is te formeel geschreven of bevat moeilijke woorden. Veel schrijvers denken dat schrijven iets heel anders is dan spreken. Ze schrijven dan ‘derhalve’ in plaats van ‘dus’ of ‘bij deze(n)’ in plaats van ‘hierbij’.

    Artikelen vormen een uitgelezen kans om bij jouw doelgroep duidelijk te maken wat jij te bieden hebt. Je kunt er jouw expertise in laten zien. Je maakt het je lezers gemakkelijker om je door te verwijzen. Bovendien kun je je lezer al helpen met bijvoorbeeld een aantal tips. Zodat hij ziet wat jij te bieden hebt. Er zijn te veel redenen om op te noemen waarom je als dienstverlener artikel moet schrijven.

    Twijfel je nog of ook jij artikelen kunt schrijven? Als je ervan overtuigd bent dat jij iets te bieden hebt met je dienst, dan kun je er ook een artikel over schrijven. En als je het nu nog niet kan, kun je het zeker leren. Daar ben ik van overtuigd!

    De eerste stap die je moet nemen is het besluit dat je een artikel gaat schrijven. Zet je computer aan, reserveer een half uur tijd en open een nieuw Word-document. Neem een vraag die je vaak hoort uit je klantenkring. Maak er een mooi artikel van waarin je de vraag beantwoord. Stuur het rond aan je relaties en ervaar wat er gebeurt! Mag ik jouw artikel binnenkort lezen?

    Wil je reageren op dit artikel? Je reactie op dit artikel is zeer welkom. Je kunt het reactie-vak hieronder gebruiken. door Suzanne Meijles

    Dit weekend liep ik V&D in Rotterdam binnen. Als leesomnivoor viel mijn oog op de reclamezuil bij de ingang. Een plaatje van een overheerlijk uitziend appeltaartje keek mij aan. En de tekst erboven luidde: “Verse lage prijs”. Dat snap ik niet. Is dat leuk bedoeld? Of is het serieus door iemand bedacht? Ik raak er in ieder geval niet echt warm voor.

    appeltaart1
    Hoe komt het nu dat ik afhaak door de tekst bij dat toch overheerlijke plaatje? Het antwoord is simpel: de vorm en de inhoud sluiten niet op elkaar aan. Als er in het bovenstaande voorbeeld had gestaan “Overheerlijke appeltaart voor maar EUR 2,75” dan had ik er niet over nagedacht. Ander alternatief dat meer de prijs benadrukt dan het product: “Altijd lage prijs”.

    Ook op websites gebeurt het vaak dat de vorm (plaatjes, uitstraling) en inhoud (tekst) niet met elkaar overeenkomen. Een foto van een schuurtje in de tuin en de kinderen op de website, maar wel de lezer aanspreken met “u” en naar het eigen bedrijf verwijzen als “wij”. Niet handig, want je brengt je bezoeker in verwarring.

    Natuurlijk heb je het zelf in de hand dat vorm en inhoud op elkaar aansluiten. De eerste stap is dat je je ervan bewust bent dat je website uit meer bestaat dan alleen maar beelden. Dit blijkt voor grafisch vormgevers soms een moeilijk te nemen stap. Maar als je je niet alleen maar richt op vakgenoten, is het handig om óók tekst op je pagina te zetten.

    De tekst op je website moet – net als de beelden – de sfeer uitademen van wat jouw bedrijf je klant te bieden heeft. Persoonlijk als het gaat om personen bijvoorbeeld. Zakelijker als het gaat om pijpleidingen, stel ik me zo voor.

    Als je lezer wordt afgeleid, dan ben je hem kwijt. Je kunt hem gemakkelijk afleiden door een tekst die niet aansluit bij het beeld, of door een spelfout of door een tekstje dat te snel verdwijnt. En dan moet je weer heel veel moeite doen om hem weer aan te trekken.

    De appeltaart heb ik overigens niet gekocht, dat mag duidelijk zijn. Ik was nog te veel aan het nadenken over de grammaticale constructie van de zogenaamde wervende tekst op het bordje. Maar ja, ik ben dan ook wel een beetje beroepsgedeformeerd.

    Wil je reageren op dit artikel? Graag! Je kunt hiervoor de reactie-button hieronder gebruiken.

    (c) Suzanne Meijles

    NIEUWSBRIEF

    Wil je mijn schrijftips in je inbox ontvangen? Meld je dan aan voor mijn e-zine. Lees hier meer informatie over e-zine.

    over mij

    Ik leer je hoe je door te schrijven de toonaangevende expert wordt in je vakgebied.

    image description