Archief voor de "Taal algemeen" categorie

U hebt of u heeft?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Is het ‘U hebt betaald’ of ‘U heeft betaald’? Het korte antwoord is: beide vormen zijn toegestaan. Maar wie consequent wil schrijven, kiest voor u hebt. In dit artikel leest je waarom.

 

‘U heeft klinkt beleefder,’ hoor ik vaak van deelnemers in de schrijftrainingen die ik geef. Dat klopt voor een deel. U is tegenwoordig namelijk de beleefdheidsvorm van jij. Toch is er met ‘u heeft’ iets bijzonders aan de hand. Kijk maar eens naar de onderstaande opsomming:

Lees verder »

Hoe schrijf je een slimme alinea?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Wat is een alinea? Ik vraag het in bijna elke training die ik geef. Na een kleine stilte, komen de eerste antwoorden: een afgebakend stuk tekst, over één onderwerp, gescheiden door witregels. Toch zijn die ingrediënten niet voldoende om een goede alinea te schrijven. Daarvoor is meer nodig. Hieronder lees je wat een alinea tot een ‘slimme’ alinea maakt.

Omdat ik ‘slimme’ alinea schrijf, snap je natuurlijk al dat slimme alinea’s niet bestaan. Slimme schrijvers wel. Die schrijven alinea’s op zo’n manier dat de lezer meteen begrijpt waar die alinea over gaat. Er zijn drie belangrijke dingen die je moet weten om zo’n slimme alinea te maken:

 

Lees verder »

Waarom schreef ik Een beetje Beroemd?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Een beetje BeroemdIs schrijven moeilijk? Als je de kranten mag geloven, gaat het niet goed met het schrijfonderwijs in Nederland. Een artikel in Levende Talen (augustus 2014) besteedde aandacht aan schrijven in het voortgezet onderwijs.

Daarin is bijvoorbeeld te lezen dat “leraren (…) graag meer tijd en aandacht aan schrijfonderwijs willen besteden”. En uit een onderzoek van de universiteit van Groningen blijkt dat de meeste eerstejaars studenten geen A4 zonder spelfouten kunnen schrijven.

Je kunt denken dat het zo erg niet is. De spellingscontrole haalt de meeste type- en ergste schrijffouten er wel uit. En je snapt toch wel wat er staat, ook met spelfouten.

Maar ik denk dat het wel erg is. En dan heb ik het niet over spelfouten. Spelling en schrijven hebben voor mij weinig met elkaar te maken. Spelling gaat over de vorm: hoe schrijf je een woord? Schrijven gaat over inhoud: wat wil je vertellen? Daar is in het Nederlandse onderwijs bar weinig aandacht voor.

Lees verder »

Goede boeken over schrijven

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Wat zijn goede boeken over schrijven? Als je de ambitie hebt om zelf te schrijven, wil je ook weten welke goede boeken over schrijven er al geschreven zijn. In deze blogpost lees je over mijn 3 favoriete Engelstalige boeken over schrijven.

Lees verder »

Afkortingen: lekker kort en bondig?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

afkortingen

 

 

 

Afkortingen bieden uitkomst in e-mails, memo’s en rapporten. Teksten moeten namelijk kort zijn, vinden veel mensen. Op een A4’tje bij voorkeur. En ze mogen niet te veel tijd kosten om te schrijven. Afkortingen zijn lekker kort en kosten weinig tijd om te typen. Toch is het gebruik van afkortingen niet aan te raden…

Lees verder »

Klantgericht schrijven: wat je kunt leren van Lego

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Klantgericht schrijven volgens LegoHet lijkt niet moeilijk, klantgericht schrijven. Veel bedrijven en organisatie vinden zichzelf klantgericht. Toch denken veel klanten daar anders over.  Kijk maar naar hoe klanten klagen op Twitter over bedrijven, instanties en organisaties.

 

Hoe komt dat? Dat je denkt dat je klantgericht bent, maar dat je niet doet aan klantgericht schrijven (volgens je klanten)? Kort gezegd denk ik dat het komt doordat veel bedrijven iets willen VERTELLEN, in plaats van te luisteren naar hun klanten. Ze sluiten in hun brieven niet echt aan op de problemen, wensen en behoeften van de klant. Kan dat ook anders?

Klantgericht schrijven en de standaardbrief

Veel organisaties maken standaardbrieven. Heel efficiënt natuurlijk, en handig ook, want veel vragen en problemen lijken op elkaar. Toch… willen de meeste klanten gewoon gehoord worden. En als ze een brief krijgen van een organisatie die niet aansluit op je vraag, dan voel je je niet gehoord of gezien.

Als de standaardbrief antwoord geeft op je vraag of je probleem, dan ben je vaak gewoon tevreden. Je voelt je pas echt gezien als je het gevoel krijgt dat een medewerker van een bedrijf een stapje meer voor je doet dan eigenlijk nodig is. En daar draait klantgericht schrijven om! Hoe zorg je ervoor dat jij je klant raakt met je tekst?

 

Vorige week vond ik op internet een brief van Lego. Een mooi voorbeeld van klantgericht schrijven. Maar voordat ik je vertel over het antwoord, stel je even voor dat je een medewerker bent op de klantenservice. Elke dag krijg je honderden e-mails. Van boze ouders die niet alle beloofde stukjes in een Lego-pakket vonden. En je krijgt e-mails en brieven van verdrietige kinderen die poppetjes kwijt raken.

 

Op een dag ontvang je de volgende brief (vrij vertaald):

 

Hallo.
Mijn naam is Luka Apps en ik ben 7 jaar oud.
Met al het geld dat ik met Kerst kreeg, kocht ik het Ninjago Pakket van the Ultrasonic Raider. Het nummer is 9449. Het is heel gaaf.
Mijn vader nam me mee naar de winkel en vertelde me dat ik de poppetjes thuis moest laten, maar ik nam ze mee en ik verloor Jay ZX in de winkel toen hij uit mijn jas viel.
Ik ben heel verdrietig dat ik hem heb verloren. Mijn papa zei dat ik jullie een e-mail kon sturen om te kijken of jullie me een nieuwe willen sturen.
Als jullie dat willen, dan beloof ik dat ik hem nooit meer meeneem naar de winkel.
– Luka

 Bron: Lego (www.lego.com)

Bron: Lego (www.lego.com)

 

Als je zo’n brief ontvangt, kun je vast een standaardbrief van de (digitale) plank pakken. Dagelijks raken vele jongentjes legopoppetjes kwijt.  In de standaardbrief kun je misschien zelfs een optie aanvinken dat je de ontvanger met “je”aanspreekt. Tot zover klantgericht schrijven. Maar je kunt je ook verplaatsen in die jongen en hem een antwoord op maat sturen. Zoals Richard deed (ook weer vrij vertaald):

 
Luka, Ik heb Sensei Wu verteld dat het een ongeluk was dat je je Jay-poppetje verloren hebt en dat je het nooit meer zal laten gebeuren.
Hij zei dat ik je het volgende moet vertellen: “Luka, je vader lijkt me een wijze man. Je moet altijd je Ninjago-poppetjes beschermen, zoals de draken de Wapens van Spinjitzu beschermen!”
Sensei Wu zei ook dat het goed was als ik je een nieuwe stuurde en ik mocht ook iets extra sturen. Want iedereen die al zijn Kerstgeld spaart om de Ultrasonic Raider te kopen, moet wel een heel grote Ninjago fan zijn.
Dus ik hoop dat je veel plezier hebt met je nieuwe Jay en al zijn wapens. Je hebt trouwens het enige Jay-poppetje waarin 3 verschillende Jays gecombineerd zijn! Ik stuur je ook een slechterik om met hem te vechten.
Maar onthoud wat Sensei Wu zei: bescherm je poppetjes zoals de Wapens van Spinjitzu! En, natuurlijk: luister altijd naar je vader.
Richard

 

ITV  schreef er een artikel over. Je vindt er ook de Engelse brieven, de reacties van Luka en de post van de vader op Twitter. Het bericht werd 1.9K gedeeld via Facebook. Later werd het bericht opgepikt door Yahoo. Onder dat laatste artikel stonden, de laatste keer dat ik keek, meer dan 3400 reacties. De meeste waren enthousiast over de servicemedewerker van Lego. Klantgericht schrijven wordt dus gewaardeerd!

 

Richard had zich er gemakkelijk van af kunnen maken, maar hij koos ervoor zijn klant te horen en te zien. Zo raak je met klantgericht schrijven een snaar bij je klanten. En dan worden klanten fans!

© Suzanne Meijles / ProTaal

Fouten in tekst: vergeeft je lezer je?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Het liefst schrijf ik perfecte teksten. Foutloos. Maar ook ik maak regelmatig fouten. Ik maak even snel iets af, en dan, hup, de digitale brievenbus uit. Niet veel later valt mijn blik precies op dat vergeten woord of die letter die daar niet moet staan. Zijn die fouten onvergefelijk?

Wat is eigenlijk een perfecte tekst? Natuurlijk is dat een tekst zonder fouten. Maar een perfecte tekst is meer dan dat. Een perfecte tekst brengt precies die boodschap bij je lezer over die jij in gedachten had toen je hem schreef. Is dat voor elke lezer gelijk? Waarschijnlijk niet.

Dat brengt me op de vraag: ‘wat is fout’? Is het woord ‘beeetje’ fout, omdat ik één keer te veel de letter ‘e’ aansloeg? Ja, feitelijk gezien wel. Maar neemt mijn lezer me dat kwalijk?

Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar het effect van spelfouten. Een mooi overzicht daarvan geeft Floortje Westerburgen in haar artikel op Tekstblog. De resultaten geven geen eenduidig antwoord op de vraag welk effect spelfouten hebben op teksten.

Kort samengevat laten Kloet, Renkema en Van Wijk (2003)   zien dat taalfouten vooral invloed hebben op de begrijpelijkheid van de tekst. Maar uit onderzoek van Yvonne Harm (2008) blijkt dat taalfouten ook een negatief effect hebben op de geloofwaardigheid van de zender en de tekst.

Effect van fouten in direct-mails

Interessant is het onderzoek van Jansen (Onze Taal, 2010) naar het effect van fouten in spelling, zinsbouw en woordvormen in direct-mails. Daaruit bleek dat de zinsbouwfouten (‘de meisje’ bijvoorbeeld) een veel zwaarder negatief oordeel met zich meebrachten dan de spelfouten.

Bij vervolgonderzoek van Jansen werden alleen d/t-fouten opgenomen. Toen bleek de helft van de (hoogopgeleide) proefpersonen, de fouten niet eens op te merken! En de andere helft die de fouten wel zag, gaf geen negatiever oordeel dan de personen die de spelfouten niet hadden gezien….

Jansen besluit zijn betoog overigens wel met de opmerking dat een direct-mailing niet te vergelijken is met een sollicitatiebrief: deze worden op een andere manier gelezen.

Hoe komt het eigenlijk dat we spel- en typefouten niet altijd zien? Ook psychologen onderzoeken leesgedrag. Uit onderzoek van Frisby (1979) blijkt dat lezers meer kijken naar woordbeeld dan naar de afzonderlijke letters van een woord. Kinderen die leren lezen, lezen elke letter: v – i – s en daarna maken ze er een woord van: ‘vis’.

Als je eenmaal kunt lezen, heb je niet meer alle letters van een woord nodig om het te kunnen herkennen. Dan springen je ogen van tekstblok naar tekstblok.

Kijk maar eens naar de onderstaande zinnen:

In Afrika leefde een olxfxnt die Elmo heette. Elke dag stond hij op om met de
een gxrxffe te ontbjiten in het grotedierenbos.

Waarschijnlijk kostte het je geen enkele moeite om de bovenstaande tekst te lezen. De x’en in olifant en giraffe vulden je hersenen als vanzelf aan. Heb je ook gezien dat in het woord ‘ontbijten’ de ‘i’ en de ‘j’ waren omgedraaid? En dat er voor giraffe ‘een’ te veel stond?

Hersenen zijn getraind om fouten in woorden te herstellen

Vergeten letters, te veel woorden, omgedraaide letters: je hersenen zijn erin getraind om er een samenhangend geheel van te maken. Soms ben je je daar bewust van, maar vaak ook niet. Dan lees je dus over een typefout heen. Vooral bij langere teksten, waar je meer wordt ‘afgeleid’ door de inhoud en andere woorden, is de kans groter dat je een typefout over het hoofd ziet.

Fouten zijn niet om trots op te zijn. Maar om te leren, moet je ook fouten (mogen) maken. Zo heb ik onlangs weer geleerd dat ik niet zo arrogant moet zijn dat ik mijn eigen ebook kan redigeren. Daarvoor moet ik ook eerst een ander paar ogen de tekst laten nakijken. Bij typefouten als ‘beeetje’ doet de spellingcontrole overigens ook wonderen.

Er ligt zelfs een gevaar op de loer als je altijd perfecte en foutloze teksten wilt schrijven. De kans is aanwezig dat je er zo veel tijd mee bezig bent, dat die tijd niet opweegt tegen de baat. Of dat de tekst uiteindelijk nooit wordt gepubliceerd. En dat is het ergste wat er met tekst kan gebeuren: geschreven om niet gelezen te worden.

 

 

 

 

Hoe je cijfers inzet om te overtuigen

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Als in een training cijfers in wervende teksten ter sprake komt, komt ook meestal De Vraag: wanneer schrijf je een getal als een woord en wanneer als een cijfer?

 

Maar ik wil het niet hebben over regels. Wel over hoe je cijfers gebruikt in je overtuigende tekst. Want cijfers zijn niet altijd even overtuigend. In dit artikel lees je hoe je cijfers inzet om te overtuigen in tekst.
Cijfers lijken overtuigend. Zeker als ze “uit onderzoek” afkomstig zijn. Die cijfers doen een claim op de autoriteit, als bron.

 

Als uit onderzoek is gebleken dat 95% van de ondervraagden tevreden is over een dienst of product, overtuigt dat veel potentiële kopers. Het is een truc die door reclamemakers veel wordt toegepast.

 

Ik schrijf “truc”, want veel cijfers, zeker in de reclamewereld, zijn niet uit wetenschappelijk onderzoek. De grootte van de steekproef wordt zo groot vermeld, dat je er een bril voor moet aanschaffen (omdat ze in zulke kleine lettertjes geschreven dat geen enkel normaal mens zonder 78 inch tv die letters kan lezen). Dan deden er bijvoorbeeld maar 10 mensen mee.

En daar is niets wetenschappelijks aan, want dan heeft een resultaat pas echt iets te vertellen als de steekproef (veel) groter was, bij voorkeur 100 proefpersonen (of meer).

 

Lees verder »

Wanneer schrijf je een getal in cijfers en wanneer in letters?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Wanneer schrijf je een getal in cijfers en wanneer in letters?

De regels op een rij:

In lopende zinnen schrijf je de volgende getallen voluit:

  • 1 tot 20
  • tientallen
  • honderdtallen
  • duizendtallen
  • Je schrijft getallen als cijfers als je schrijft over eenheden.
    Eenheden zijn bijvoorbeeld kilo’s, euro’s en (centi)meters.

     

    Voorbeelden

    Je schrijft bijvoorbeeld:

    “Ze heeft vier kinderen gekregen.”
    “Tweehonderd mensen bezochten onze stand.”
    “Van de dertien aanwezigen, meldden zich er drie af.”

    Maar

    “Ze liep 4 kilometer om thuis te komen.”
    “Onze kat woog 8 kilo.”
    “De lucht wordt 15 meter bovendaks uitgeblazen.”

    Waarom grote woorden weinig zeggen

    Gepubliceerd door Suzanne Meijles

    Veel zelfstandige dienstverleners die ik ontmoet, gebruiken op hun website taal die meer vragen oproept dan beantwoordt. Er staan zinnen als “ik ondersteun, begeleid en coach organisaties met het implementeren van financiële structuren.” Heb jij dan enig idee wat ze doen? Ik niet. Ik voel me hooguit een beetje dom dat ik het niet meteen begrijp.

    Mensen die op je website komen en niet direct begrijpen wat jij hun te bieden hebt, klikken je website meteen weg. Als je deze woorden in, bijvoorbeeld een netwerkgesprek gebruikt, kan je gesprekspartner altijd vragen wat je dan precies doet (als hij tenminste nog durft). Maar op je website heb je die kans niet.

    Mensen gebruiken vaak moeilijke woorden om goed over te komen. Het resultaat is echter omgekeerd. Je loopt de kans dat bezoekers van je website denken dat je ‘gebakken lucht’ verkoopt. Terwijl de meeste zelfstandigen die ik ontmoet werkelijk heel waardevol werk voor hun klanten doen. Niks gebakken lucht.

    Hoe komt het nu dat zulke nietszeggende woorden op een website terecht komen? Meestal zijn het woorden die de schrijver gewend is geraakt. De meeste zelfstandigen werkten eerst in loondienst, in een branche waar iedereen in die terminologie sprak. Waar het geaccepteerd werd, waar er misschien een grote naam van het bedrijf waar ze werkten achter ze stond.

    En als je dan voor jezelf begint, wil je misschien laten zien dat je ook te vertrouwen bent zonder die grote naam van dat bedrijf achter je naam. En dus gebruik je woorden die eigenlijk niet zo veel zeggen. Je website is voor veel potentiële klanten een manier om jou (beter) te leren kennen. Het kunnen vertellen in duidelijke taal wat je te bieden hebt, is daarbij heel belangrijk.

    Moet je dan jip-en-janneke-taal gaan schrijven? Nee, van mij niet. Duidelijke taal is iets anders dan kinderlijke taal. Maar in de praktijk zal het wel betekenen dat je meer moet uitleggen dan je in eerste instantie misschien denkt.

    Woorden als ‘implementeren’ en ‘financiële structuren’ lijken heel toegankelijke begrippen als je er dagelijks mee werkt, maar op je website zul je soms meer woorden moeten gebruiken om uit te leggen wat dat dan precies is. En natuurlijk beschrijf je ook in duidelijke en concrete woorden wat het de klant oplevert als hij jou inhuurt.

    Schrijven is niet meer (en niet minder!) dan praten met je lezer. Op je website is dat misschien wel het allerbelangrijkste. Spreek de taal van je lezer, je potentiële klant. Stop met  nietszeggende woorden. Verwoord de dienst die je levert en het resultaat voor de klant concreet en helder. Dan zul je zien dat meer klanten je weten te vinden.

    © Suzanne Meijles

    Wil je reageren op dit blog? Graag! Hiervoor kun je het reactieformulier hieronder gebruiken.