Archief voor de "Schrijven – tips" categorie

Schrijven en discipline: waarom het soms zo moeilijk is

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Schrijven kost soms zo veel moeite. Net als ‘afvallen’ en ‘stoppen met roken’ (vertellen anderen mij). Zonder discipline red je het niet. Ik moest eraan denken toen ik het onderstaande bericht via Twitter las:

Beste Sint,

Mijn wens voor dit jaar is een dikke vette bankrekening en een slank lichaam.

Het zou fijn zijn als u deze twee niét door elkaar zou halen, zoals vorig jaar. Dank u wel!

 

Het einde van het jaar nodigt uit om na te denken over goede voornemens. Wat wil jij? Afvallen, stoppen met roken of drinken? Of misschien vaker schrijven?

 

Uit psychologisch overkoepelend onderzoek van Prochaska en Norcross komt (vrij vertaald) naar voren dat een wens (tot verandering) niet voldoende is om te komen tot een resultaat. Dit onderzoek ging over mate van succes in therapie. Daar is de wens tot verandering het begin van ander gedrag. Dat is zeker breder te vertalen: je doet nu iets niet wat je wel zou willen doen. Maar alleen het voornemen om meer te schrijven, is niet genoeg, daar is actie (en discipline) voor nodig.

 

 

Stel, je neemt jezelf voor om elke maand een (blog)artikel te schrijven. Niemand die je dat vraagt. Je gaat ervan uit dat het je iets oplevert: naamsbekendheid, scherpte in je denken, klanten misschien. Hoe zorg je ervoor dat je werkelijk elke maand een artikel schrijft? Hoe breng je die discipline op?

 

Waarom werken de standaardadviezen niet? 

Een veelgehoord advies is het tastbaar maken van je plan: Specifiek Meetbaar Aantrekkelijk Reëel en Tijdgebonden (SMART) dus. Bijvoorbeeld: “Ik ga elke woensdag van 9.00 tot 11.00 uur werken aan mijn artikel. Als dat lukt, mag ik van mezelf een superdeluxe broodje halen bij de broodjeszaak om de hoek (voor mij een aantrekkelijke beloning).”

 

Maar zelfs met een SMART plan, zijn er genoeg redenen waarom het toch niet lukt. Want er zijn klanten die voorrang vragen (en die brengen direct geld in het laadje). Of je weet niet precies hoe je het moet aanpakken. Of het kost meer tijd dan je dacht. En er zitten maar 168 uur in een week.

 

Jaldhara Groeneveld schreef in een van haar blogposts over discipline door motivatie. Dat gaat over mensen die aarzelen of een online training wel iets voor ze is. Maar de handvatten die ze biedt om te achterhalen of je iets écht wilt, gelden volgens mij voor elke keuze.

 

Als je met de vragen van Jaldhara tot de conclusie bent gekomen dat je bijvoorbeeld echt elke maand een artikel wilt schrijven, kunnen de volgende tips je misschien ook nog helpen om je voornemen tot een succes te maken:

 

1.         Vertel anderen over je voornemen. Het hardop uitspreken van je voornemen helpt bij het creëren van draagkracht in je omgeving. Hardop uitspreken kan ook betekenen dat het voornemen voor jezelf echt wordt. Onder ‘vertellen’ kun je ook ‘schrijven’ verstaan: schrijf zo specifiek mogelijk op wat je in 2012 wilt schrijven en wat het je oplevert als je dat doet.

 

2.         Wacht niet op inspiratie. Begin gewoon. Kies een vast moment in de week om te schrijven. Misschien kan mijn artikel Wat te doen bij gebrek aan inspiratie  je ook helpen.

 

3.         Vraag hulp. Je hoeft het echt niet allemaal alleen te doen. Hulp kan er zijn in de vorm van een collega(-ondernemer) of een vriend die je teksten leest. Of een schrijfbuddy die ook het voornemen heeft elke maand te schrijven. Hulp vragen kan ook betekenen dat je je opgeeft voor een training of workshop, zodat je in een groep kunt leren. En die direct een mooie stok achter de deur vormt.

 

En jij? Waar haal jij de discipline vandaan om te schrijven? Ik lees je ervaringen graag. Daarvoor kun je hieronder een reactie achterlaten.

 

© Suzanne Meijles

 door Suzanne Meijles

intro-wervende-tekstDe eerste alinea, de intro van een wervende tekst. Daar struikelen veel schrijvers over. Want als je het daar niet goed doet, dan leest niemand de rest van je tekst. Dus: welk intro van een wervende tekst werkt?

Sla een willekeurig boek over copywriting open, het liefst Amerikaans, en je leest: start je intro met het benoemen van het probleem van je doelgroep. Want als je lezer dat herkent, dan leest hij zeker door.

 

Maar om in een wervende tekst nou met het probleem in huis te vallen… Dat zit veel schrijvers ook niet lekker. Misschien word je wel geassocieerd met dat negatieve. En dat wil je niet. Zeker niet als je, bijvoorbeeld als coach, de drempel voor je potentiële klanten wilt verlagen.

 

En laatst wees een cursist van me er fijntjes op dat “Nespresso zijn koffie niet aan de man bracht door te verwijzen naar het probleem van slechte koffie”.

 

Om te weten hoe je een wervende tekst begint, moet je weten welke functie de eerste alinea heeft. Je intro is erop gericht de aandacht van je lezer te trekken. Je wilt dat je lezer aanhaakt.

In de literatuur worden twee tekststructuren onderscheiden voor wervende teksten.

De eerste tekststructuur is de probleem–oplossingstructuur: je begint je intro met het schetsen van het probleem en in de rest van de tekst werk je toe naar een oplossing: jouw dienst of product.

probleemBijvoorbeeld:
Probleem: schoonmaken is vervelend werk en kost veel tijd.
Oplossing: huur een schoonmaakster in.

 

De tweede structuur heet de doel–middelstructuur. Binnen deze wervende structuur begin je een intro met het beschrijven van een behoefte, een aantrekkelijk toekomstbeeld. Deze koppel je in de rest van de tekst aan het middel dat nodig is om in die behoefte te voorzien: jouw dienst of product dus.

Bijvoorbeeld:
Doel: een schoon huis zonder dat het je veel tijd kost
Middel: huur een schoonmaakster in.

Maar welke wervende structuur werkt nu het beste? Natuurlijk spelen verschillende aspecten een rol. De rol van het soort product of dienst blijkt invloed te hebben. Rossiter en Percy formuleerden twee motieven waarom mensen bepaalde producten kopen.

 

Het eerste motief noemden zij het informationele motief om een product aan te schaffen. Die producten zijn erop gericht een onwenselijke situatie weg te nemen. Pijnstillers zijn hiervan misschien wel het meest aansprekende voorbeeld. Maar het geldt ook voor het volgen van een marketingtraining. Want als je een training volgt, weet je hoe marketing werkt. En kun je je neergaande winst (het probleem) tegengaan.

Bij producten die een onwenselijke situatie wegnemen werkt de probleem-oplossingstructuur waarschijnlijk het beste.

 

Daarnaast noemen Rossiter en Percy transformationele motieven voor producten die het leven aangenamer maken. Dit zijn vaak ‘extra’s’: de chocola bij het kopje thee, bijvoorbeeld. Of theaterbezoek op zaterdagavond. En ook het kopje koffie van Nespresso valt volgens mij onder deze categorie. Vieze koffie is geen echt probleem, hooguit een ongemakkelijkheid. Lekkere koffie maakt het leven aangenamer.

Bij deze producten heeft de doel-middelstructuur meer kans van slagen.

 

Je kunt het ook vergelijken met het pleasure-painprincipe: mensen willen hun probleem oplossen of hun plezier vergroten. Wat doe jij met jouw dienst of product? Los je een probleem op? Of bied je iets wat het leven aangenamer maakt? Als je dat weet, kun je je een ontwerp maken voor je wervende tekst.

Je hoeft overigens niet te raden naar het motief van je klant. Als je het niet precies weet, vraag het dan aan je (potentiële) klant. Misschien helpt hij of zij je op die manier wel aan de juiste woorden voor een intro van je wervende tekst!door Suzanne Meijles

Aanbeveling LinkedInInmiddels hebben in Nederland 2,6 miljoen mensen een Linkedin-account, dat is 15% van de Nederlandse bevolking (via infographic) . En iedereen met een Linkedin-profiel weet dat drie aanbevelingen je kunnen brengen tot een 100% profiel. Daar herinnert Linkedin je elke keer aan als je inlogt.

Dus soms word je gevraagd om een aanbeveling te schrijven. Maar soms ook wil je een aanbeveling cadeau geven. Gewoon, omdat je het die ander gunt. In dit artikel lees je hoe je snel een goede aanbeveling voor Linkedin schrijft.

Voordat je een aanbeveling gaat schrijven, bedenk dan waarom je dat doet. Wat is je doel? Een aanbeveling kan iemand helpen, maar de tekst die jij schrijft is daarbij wel bepalend.

Een vriendelijke aanbeveling heeft de volgende strekking: “Natascha is een erg leuke collega om mee te werken. Ze is collegiaal en vriendelijk en is altijd bereid om me te helpen.”

Aardig, maar niet echt heel behulpzaam als Natascha op zoek is naar een andere baan.

Een aanbeveling schrijf je omdat je oprecht tevreden bent over een dienst die de ander heeft geleverd. Of omdat je de andere bewondert om iets wat hij of zij heeft gedaan. Schrijf je aanbeveling vanuit je hart.

Een goede aanbeveling bestaat uit de volgende elementen:

  1. beschrijf de aanleiding: waarom deze aanbeveling? Je kunt hier ook de link leggen met je eigen dienst / product. Aanbevelingen worden goed gelezen dus ook hier heb je de kans om ook jezelf te profileren.
  2. beschrijf de dienst / het product  waar de aanbeveling over gaat.
  3. beschrijf je eventuele aarzelingen vooraf en hoe de ander daarin tegemoet is gekomen.
  4. beschrijf wat je het meest waardeerde aan de ander toen hij je hielp.
  5. beschrijf wat de dienst / het product je heeft opgeleverd. Welke (blijvende) resultaten ervaar je?
Een goede aanbeveling kan er dan bijvoorbeeld als volgt uitzien:

Ik heb Gerda ingehuurd toen ik niet meer wist welke carrièrestap ik wilde maken. Ik was net moeder geworden en twijfelde eraan of ik wel als advocaat kon blijven werken. (1) Daarnaast had ik ook nog een sociaal leven waar ik nauwelijks nog tijd voor had. Tijd dus om de stap te nemen om met iemand die iets verder van me afstond te kijken naar mijn leven, mijn wensen en ambities. (2)

Ik vond het wel lastig om een goede loopbaancoach te kiezen, want er is erg veel aanbod. Mijn keus viel op Gerda omdat zij ook een collega-advocate goed op weg had geholpen. (3)

In het traject dat ik bij Gerda volgde, stelde ze me telkens de juiste vragen. Ze is nuchter, praktisch en respectvol in haar aanpak. Niet zo zweverig als ik eigenlijk verwachtte. Bovendien had ze aandacht voor mij als mens: niet alleen op werkgebied maar ook privé.(4)

Mede door Gerda heb ik ontdekt dat ik het werk doe wat me past als een jas. Ik hoef geen stap terug te doen nu ik moeder ben. In samenspraak met het MT heb ik besloten om voor mijn carrièrestap naar partner iets meer tijd te nemen. Het traject heeft me veel rust gegeven en focus op mijn volgende stap. (5)

Iedereen die worstelt met een loopbaanvraagstuk adviseer ik daarom Gerda in te schakelen.”

Je ziet dat zo’n aanbeveling wel langer is, maar waarschijnlijk ook veel relevanter voor Gerda. Als Gerda er nu voor kiest direct een aanbeveling voor jou te schrijven, komt dat minder geloofwaardig over. Als je dus iemand een ‘recommendation’ wilt retourneren, wacht daar dan een paar weken of maanden mee. Ook als Linkedin suggereert het direct te doen.

Nog een laatste tip: je hoeft niet altijd te wachten totdat iemand je vraagt om een aanbeveling. Het is misschien een van de leukste cadeautjes die je iemand kan doen: per mail een aankondiging dat iemand je heeft aanbevolen.

© Suzanne Meijles

Wat zijn jouw ervaringen met aanbevelingen? Ik lees ze graag hieronder! Laat je een reactie achter?door Suzanne Meijles

Als in een training cijfers in wervende teksten ter sprake komt, komt ook meestal De Vraag: wanneer schrijf je een getal als een woord en wanneer als een cijfer?


Maar ik wil het niet hebben over regels. Wel over hoe je cijfers gebruikt in je overtuigende tekst. Want cijfers zijn niet altijd even overtuigend. In dit artikel lees je hoe je cijfers inzet om te overtuigen in tekst.
Cijfers lijken overtuigend. Zeker als ze “uit onderzoek” afkomstig zijn. Die cijfers doen een claim op de autoriteit, als bron.

Als uit onderzoek is gebleken dat 95% van de ondervraagden tevreden is over een dienst of product, overtuigt dat veel potentiele kopers. Het is een truc die door reclamemakers veel wordt toegepast.

Ik schrijf “truc”, want veel cijfers, zeker in de reclamewereld, zijn niet uit wetenschappelijk onderzoek. De grootte van de steekproef wordt zo groot vermeld, dat je er een bril voor moet aanschaffen (omdat ze in zulke kleine lettertjes geschreven dat geen enkel normaal mens zonder 78 inch tv die letters kan lezen). Dan deden er bijvoorbeeld maar 10 mensen mee.

En daar is niets wetenschappelijks aan, want dan heeft een resultaat pas echt iets te vertellen als de steekproef (veel) groter was, bij voorkeur 100 proefpersonen (of meer).

 

Maar wanneer zijn cijfers niet overtuigend? Daar is (wetenschappelijk) onderzoek naar gedaan. Echt waar! En dan met name naar het verschil in overtuigingskracht tussen verhalen (anekdotes) en cijfers (statistieken).

 

En wat bleek? Het verhaal was veel overtuigender dan de zuivere statistieken. Want cijfers zijn ook vaak saai, droog en grijs. Je kunt je er maar weinig bij voorstellen. Nisbett en Ross noemden dat in hun onderzoek het gebrek aan levendigheidseffect.

 

Het klinkt logisch, dat een verhaal meer tot de verbeelding spreekt dan cijfers op zich. Maar wat gebeurt er als argumenten in zowel het verhaal als in de cijfers vergelijkbaar levendig zijn beschreven?

 

Hoeken en Van Wijk lieten in 1997 zien dat de bewijsvoering met cijfers overtuigender was als deze even concreet was beschreven als de verhalende bewijsvoering.

 

Zij beschreven bijvoorbeeld in de eerste, puur verhalende tekst de ervaringen van een mevrouw bij wie was ingebroken. In het verhaal kwamen geen cijfers voor, maar wel de gevolgen die de inbraak bij mevrouw hadden gehad. Bijvoorbeeld: “Ze schrikt regelmatig midden in de nacht wakker in de vaste overtuiging dat er inbrekers in huis zijn.’

 

In de beschrijving met getallen, beschreven Hoeken en Van Wijk dat er een enquete was geweest onder 2087 mensen bij wie was ingebroken. Een van de gevolgen was als volgt beschreven: “64% schrikt regelmatig midden in de nacht wakker in de vaste overtuiging dat er inbrekers in huis zijn.”

 

Kort gezegd zorgt een anekdote ervoor dat lezers zich goed kunnen voorstellen wat de gevolgen voor 1 persoon zijn. Maar cijfers geven meer informatie over hoe algemeen de problematiek is. Die plaatsen het probleem in perspectief.

 

Hoe kun je deze gegevens nu verwerken in jouw wervende tekst? Je kunt beide vormen

combineren. Op je website geef je bijvoorbeeld op de pagina klanten allereerst aan hoeveel mensen je de afgelopen jaren hebt geholpen. In de sociale psychologie is dit verschijnsel ook wel bekend als ‘sociale bewijskracht’ (psycholoog Cialdini noemt het ‘social proof’).

 

Dit hopelijk grote getal zegt iets over de algemeenheid: er zijn veel mensen die iets willen doen aan de problemen die ze ondervinden. Daaronder kun je een aantal testimonials (lees: verhalen, anekdotes) plaatsen van individuen die hun verhaal vertellen over hoe jouw dienst hen heeft geholpen.

 

Heb je geen grote getallen te melden? Ga ze dan niet verzinnen. Weet dat het verhaal van een persoon ook zeer overtuigend kan zijn. Zeker als een lezer zich in de omschrijving van de testimonial of casus herkent.

 

Een andere manier om cijfers op een overtuigende, prikkelende manier te gebruiken, is beschreven voor De Jong en Burger. In hun Handboek Stijl geven zij aan dat je een artikel bijvoorbeeld kunt openen met schokkende cijfers. Op deze manier prikkel je je lezer de rest van je artikel ook te lezen.

 

In krantenartikelen vind je regelmatig openingen met schokkende cijfers. In NRC van afgelopen weekend vond ik bijvoorbeeld de volgende opening bij een artikel van Karel Knip: “De gierzwaluw vliegt negen maanden per jaar, zonder landen. Hij wordt steeds populairder, maar het aantal neemt snel af.”

 

De moraal van dit artikel: cijfers kunnen zeer overtuigend zijn. Maar ze zijn extra krachtig

als je ervoor zorgt dat ze levendig zijn beschreven. Dan kan je lezer zich er meer bij voorstellen en zal hij je tekst ook beter onthouden.

 

© Suzanne Meijles

Wat vind je van dit artikel? Ik lees het graag! Laat hieronder je reactie achter.

 door Suzanne Meijles

Mijn eerste website liet ik 10 jaar geleden bouwen. Vier pagina’s lang vertelde ik over wat ik te bieden had. In de wij-vorm, want  ik was bang dat geen enkele opdrachtgever me serieus zou nemen. Ik zie dat bij meer zelfstandig ondernemers: uit angst om klein te zijn, gebruiken ze liever “wij” dan “ik” op de website. Is dat nu verstandig?

Tsja, wat is verstandig? Misschien is het wel verstandig om gewoon je eigen plan te trekken en niet te veel te luisteren naar de zelfbenoemde experts ;-) . Ik zal je vertellen wat er bij mij gebeurde.

Soms mocht ik via-via op gesprek komen bij een potentiële klant. Nooit rechtstreeks via mijn website, maar dat terzijde. Steevast kwam mijn website dan ter sprake. En ook de vraag met hoeveel mensen ProTaal was. Ik ging dan wat rechterop zitten en zei: “Ik werk alleen.” En voegde er daarna snel aan toe “Maar ik werk wel veel samen met andere mensen uit mijn netwerk.”

Maar elke keer voelde het als een nederlaag. Ik gebruikte “wij” op mijn website omdat ik dacht dat ik er serieuzer door gezien zou worden. Maar het tegendeel leek waar …

Als mijn cursisten twijfelen tussen “wij” en “ik”, dan vraag ik: met hoeveel mensen zijn jullie? Als je voor jezelf werkt, is het prima om daarvoor uit te komen op je website.

Het geeft potentiële opdrachtgevers ook de mogelijkheid om zich daarvoor vooraf al een mening te vormen. Willen zij zaken doen met een grote partij? Of juist met een zelfstandige, met andere voordelen?

Maar als je een bedrijf hebt waar je met meer mensen werkt, dan schrijf je gewoon “wij”, lijkt me. Laatst volgde ook iemand bij mij een training die zei: “Nu ben ik nog alleen, maar ik wil zeker niet alleen blijven. Het gebruik van “wij” op mijn website is alvast een voorschot daarop.”

Bedenk wel dat je website eigenlijk niet te veel moet gaan over “ik” of “wij”. De meeste bezoekers van websites zijn vooral geïnteresseerd in zichzelf. Je kunt dus beter vaker je lezer aanspreken met je of u. “Wij bieden een 100% garantie” wordt dan “Je ontvangt een 100% garantie”.

Transparantie op je website werkt volgens mij in je voordeel. Dat geldt ook voor het gebruik van ‘ik’ of ‘wij’. Je geïnteresseerde bezoekers willen dan waarschijnlijk ook weten wie die ‘ik’ dan is (of wie die wij zijn).

Neem dan ook altijd een pagina over jezelf (of de medewerkers van je bedrijf) op, het liefst met een herkenbare foto. Dan weet je bezoeker wie hij aan de telefoon krijgt als hij je gaat bellen voor een kennismakingsafspraak.

(c) Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Neem een willekeurige website en kijk naar hoe je wordt aangesproken. Doe je het als IKEA? Dat was misschien wel de eerste die je met “je” aansprak. Veel ondernemers die teksten voor hun website schrijven, worstelen met de vraag:  Schrijf ik je of u op mijn website? Oftewel: tutoyeren of vousvoyeren?

 Kijk eens naar de onderstaande eerste zin van een website:

“Komt u vaak lusteloos en moe uit uw werk en heeft u daarom ’s avonds geen puf meer om nog te gaan sporten of tijd aan uw hobby te besteden?”

Voor wie zou deze tekst geschreven zijn? Wie spreek je aan? Als ik dit lees, denk ik aan mijn buurman bijvoorbeeld, die tegen zijn pensioen aanzit. Zouden ambitieuze dertigers zich ook aangesproken voelen? Waarschijnlijk niet.

 

Het is dus heel belangrijk om goed voor ogen hebben wie je doelgroep is. Dan pas kun je je lezer aanspreken. Stel je voor dat je coaching aanbiedt aan dertigers met kleine kinderen die ook een leuke, maar ambitieuze baan hebben. Maar ze hebben moeite om de balans te vinden. Jij kunt ze daarbij helpen.

 

Dan zou je bovenstaande zin ook als volgt kunnen formuleren:

“Je hebt leuk werk. En je hebt leuke kinderen. Soms voelt dat als een spagaat: je wilt meer op je werk zijn, maar ook niet minder thuis.  Met als gevolg dat je het gevoel hebt continu achter de zaken aan te lopen. Je levert half werk, zowel op je werk als thuis.”

 

Zie je wat er gebeurt door de nauwe definitie van je doelgroep? Het wordt superduidelijk wie je wilt aanspreken. Je praat als het ware met je doelgroep die boordevol potentiële klanten zit.

 

Dit betekent overigens niet dat je je lezer daarom altijd maar klakkeloos met “je” moet aanspreken. Er zijn vast doelgroepen te bedenken die het prettig vinden om met “u” aangesproken te worden. Het gebruik van”u” als aanspreekvorm schept misschien afstand, maar het laat ook respect zien.

 

Hoe kun je kiezen? Als je weet hoe je je klant aanspreekt als je met hem of haar praat. Aan de telefoon bijvoorbeeld of tijdens een evaluatiegesprek nadat je een opdracht hebt afgerond. Zeg je dan “je” of “u”? Op het internet is het niet veel anders.

Op je website praat je met je potentiële klant. Alsof het je klant al is. Laat zien dat je er bent om een oplossing te bieden. Spreek daarbij je lezer aan alsof je met hem aan tafel zit. Dan weet je ook of je ‘je’ of ‘u’ moet gebruiken.

(c) Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Nieuwsbrieven. Bijna elk bedrijf verstuurt ze tegenwoordig digitaal. Gevoed vanuit de gedachte dat je op die manier goed onder de aandacht blijft bij je (potentiële) klant. Maar de inboxen raken verstopt door al die nieuwsbrieven. Bij het woord ‘nieuwsbrief’ zuchten mensen al.

Veel nieuwsbrieven worden dan ook nauwelijks gelezen. Moet iedereen daarom maar stoppen met het sturen van nieuwsbrieven? Ik vind van niet. Maar aan de inhoud mag in veel nieuwsbrieven wel iets veranderen.

Daar zit namelijk vaak het probleem. Veel nieuwsbrieven gaan over het bedrijf: We hebben een nieuwe vestiging, deze nieuwe medewerkers. We hebben deze en die klant geholpen. We doen zus, we willen zo. En neem vooral contact met ons op om onze mogelijkheden te bespreken.

Nieuws van een bedrijf gaat over de zender, over het bedrijf dus. Die inhoud is maar zelden interessant voor je lezer. Nieuws is leuk voor jou en je bedrijf, maar je lezer (lees: je potentiële klant) heeft er niets aan. Jouw nieuwsbrief met nieuws heeft geen enkele waarde voor hem.

Dus misschien moet er eerst iets gebeuren met de term ‘nieuwsbrief’. Een nieuwsbrief moet juist maar heel beperkt nieuws bevatten. In die zin is de term misleidend. In Amerika noemen ze een nieuwsbrief zoals ik erover schrijf een ‘e-zine’: een elektronisch tijdschrift. Zelf noem ik het ‘mijn maandelijkse artikel’.

Toch is het mogelijk om een effectieve nieuwsbrief te maken. Een nieuwsbrief die converteert, die nieuwe prospects, gesprekken en klanten oplevert.

Met een nieuwsbrief kun je consistent onder de aandacht blijven van je (potentiële) klant. Je komt met je nieuwsbrief erg dicht bij je klant, namelijk in zijn of haar inbox.

In mijn inbox zie ik drie soorten nieuwsbrieven:

  1. nieuwsbrieven met alleen informatie over het bedrijf (nieuws);
  2. nieuwsbrieven met alleen waardevolle informatie;
  3. nieuwsbrieven met een combinatie van waardevolle inhoud en daaraan gekoppeld een product of dienst.

 

Het eerste type is het minst geslaagd. Deze ‘hard-core’ nieuwsbrief komt onder de aandacht, maar daar houdt het op. Je doet er niet meer mee dan met een krant: je snelt – als je er tijd voor hebt – de koppen en doet hem daarna weg.

Het laatste type werkt het beste. Als je in een nieuwsbrief vooral veel waardevolle informatie geeft, wordt jouw frequente mailing niet gezien als spam.

Informatie weggeven is dus een zeer effectieve marketingstrategie. Het kan dan zelfs voorkomen dat je lezers je gaan vragen wanneer je weer met een nieuwsbrief komt.

Een nieuwsbrief met waardevolle inhoud is voor iedereen te creëren. Als je coach, adviseur of trainer bent, kun je inhoudelijke artikelen over je vak schrijven. Zoiets als dit blog dus, maar dan over jouw eigen vak.

Als je waardevolle informatie geeft, kun je niet alleen laten zien wat jij weet van je vak, je kunt je lezers ook bewust maken van zaken waarvan ze zich anders misschien niet bewust waren geweest. Bovendien blijf je met een waardevolle nieuwsbrief op een positieve manier onder de aandacht van je (potentiële) klant.

Maar vergeet niet om ook je dienst of product te promoten. Type 2 van de nieuwsbrieven hierboven zie ik ook regelmatig voorbij komen. Dan schrijft iemand een interessant, waardevol artikel. Maar nergens kan ik lezen wat ik bij hem of haar kan kopen. Dat is een gemiste kans!

Ben jij er ook aan toe om meer klanten te werven met een waardevolle nieuwsbrief? Dan is de driedaagse training ‘Aantrekkelijke (web)artikelen schrijven in minder dan een uur’ misschien wel iets voor jou.

© Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Een goede wervende tekst kan niet zonder oproep tot actie, een zogenaamde ‘call to action’. Het is ook de meest gemiste kans in de teksten die ik voorbij zie komen. Veel teksten die bedoeld zijn om hun lezers tot actie aan te zetten, houden gewoon op.

Zo zag ik bijvoorbeeld deze laatste zin in een wervende tekst: “Er starten heel januari nieuwe cursussen zowel in de avond als overdag.” Als lezer denk ik dan: “O.” Ik voel me niet aangesproken om iets te doen na het lezen van de mededeling.

Wat is precies een call to action? Veel van mijn cursisten denken dat het oproepen tot actie alleen gaat over het aanzetten tot kopen. Maar een call to action is precies wat het zegt: je roept op tot actie. Je geeft dus aan wat iemand kan DOEN. Je kunt oproepen om naar een andere pagina te gaan kijken op je website. Of om te reageren op je weblog. Of je roept je lezer op zich aan te melden voor een cursus.

Op het internet is vrij veel informatie te vinden over de call to action in webshops. Vaak gaat het dan om de vraag hoe je lezers kunt verleiden zo snel mogelijk te kopen. Kleurgebruik, de vorm en grootte van buttons komen allemaal voorbij. Die zijn natuurlijk heel belangrijk, maar dat is niet mijn vak.

Maar wervende teksten bestaan ook buiten webshops. Of het nu een uitnodigingstekst per e-mail is voor een klantendag. Of een papieren brochure van de yogaschool waar ik eens in de week naar toe ga. Of de homepage van je website. Je kunt niet om de call to action heen.

Waarom is de call to action nou zo belangrijk? Het grote misverstand bij het schrijven van wervende teksten is dat de schrijver ervan uitgaat dat de lezer zelf wel tot actie komt. Helaas. Lezers zijn namelijk niet dom, maar wel lui. Je lezer gaat meestal zelf echt geen moeite doen. Daarom is het belangrijk dat je hem vertelt wat hij moet doen.

Met een call to action neem je je lezer aan de hand. Je laat je lezer zien wat hij moet doen. Hoe roep je nu op de juiste manier op tot actie? Hieronder geef ik je vijf tips om je call to action effectief te verwoorden.

1.  Laat je lezer nadenken over een keuze. Dat kun je bijvoorbeeld doen door een vraag te stellen: “Wil je meer weten over de yogaweek in Frankrijk?” Hierdoor activeer je het gebied in de hersenen om na te denken over die vraag (ook als je lezer hem zelf nog niet had).

2. Vertel specifiek wat je wilt dat je lezer doet : bellen, mailen of zich opgeven voor een training? Laat ook zien welk gevolg de lezer kan verwachten als hij doet wat jij zegt.

Voorbeeld: Graag ontvangen wij u, als ouders, op een eerste gesprek, waarin u samen met de behandelaar bespreekt hoe het verdere verloop van het onderzoek eruit zal zien. Dit kan mogelijk alleen een cognitie-bepaling zijn of indien nodig een uitgebreider onderzoek.

 Weet jij wat je nu moet doen als je interesse hebt? Waarschijnlijk niet. Het is niet specifiek genoeg geformuleerd.

Beter zou zijn: Wilt u uw kind laten onderzoeken? Belt u ons voor een intake-afspraak. In dit eerste gesprek bespreekt u samen met de behandelaar hoe het verdere verloop van het onderzoek er uit kan zien.

Gebruik ook liever niet: “Klik hier”. Dit is wel een oproep tot actie, maar hij is niet specifiek. Vertel liever wat je lezer kan verwachten als hij klikt. Bijvoorbeeld: “Lees meer over mij op de pagina “Over [bedrijfsnaam]”.

3.  Beperk je tot één call to action. Als je meerdere calls to action doet, raakt je lezer in verwarring. Bekijk het volgende voorbeeld maar:

Voorbeeld: Ik deel graag mijn kennis met jou. Heb je vragen? Stel ze gerust. Heb je suggesties? Ik hoor ze graag! Kom ook gerust eens langs op mijn blog.

 Je lezer heeft de keuze uit te veel acties. Met als gevolg dat hij niets doet…

4. Houd het kort en simpel. Maak een korte, duidelijke zin, zonder moeilijke woorden. Je kunt directer zijn dan je misschien denkt. Een gebiedende wijs werkt vaak heel goed.

Voorbeeld: “Meld je nu aan voor de cursus.”

5.  Geef urgentie aan. Waarom is het urgent om nu te reageren? Krijgt de lezer een cadeau, korting of bonus? Wat levert het op om direct te reageren?

De plaats van een oproep tot actie staat niet vast. Aan het eind van een tekst verwacht je hem in ieder geval. En op elke websitepagina moet er ten minste één staan. Maar sommige lezers zijn al eerder overtuigd en hoeven niet je hele tekst te lezen om tot actie over te gaan. Dan is een (extra) oproep tot actie na je argumenten al op z’n plaats.

© Suzanne Meijles, ProTaal

Wil je reageren? Gebruik het formulier hieronder om je reactie achter te laten. Ik lees je reactie graag!door Suzanne Meijles

Steeds meer mensen gebruiken internet om artikelen te publiceren. In 2000 waren er volgens www.bloghelden.nl ongeveer 70 actieve Nederlandse blogs. De werkelijke aantallen zijn moeilijk te achterhalen, maar dat het er nu veel en veel meer zijn, is duidelijk.

Naar schatting zijn er nu tussen de 15.000 en 20.000 actieve blogs in Nederland.De onderwerpen van deze blogs lopen zeer uiteen: van opvoeding van honden tot een persoonlijk relaas van een ongeneeslijke ziekte.

Ook steeds meer zelfstandigen en bedrijven schrijven webartikelen. Artikelen vormen namelijk een mooie manier om je potentiele klanten te laten zien welke expertise je in huis hebt. Het internet is erop gericht steeds meer informatie openbaar te maken. Transparantie voor alles.

Het grote probleem bij deze groei aan internetartikelen is dat er niemand is die de tekst beoordeelt voordat deze gepubliceerd wordt
. Op zich lijkt dat misschien geen probleem. Maar hierdoor belanden ook veel artikelen op internet die nergens anders gepubliceerd zouden worden.

Wat maakt een webartikel goed? Ik geef je hieronder vijf ingrediënten die volgens mij essentieel zijn voor een goed webartikel:

1. Het artikel heeft een goede titel die uitdaagt tot lezen.
In veel webartikelen is het dus niet zo handig een nieuwskop te gebruiken. Dus liever niet: “Je curriculum vitae” maar “ hoe je in 5 stappen een helder cv samenstelt waarmee je je droombaan binnenhaalt”.

2. De eerste alinea geeft aan waar de tekst over gaat.
In veel artikelen ontbreekt het aan een kop en een staart. Een artikel begint met een algemene beschrijving, maar geeft niet aan waar de rest van het artikel over gaat. Lees bijvoorbeeld de onderstaande tekst over pesten:


3. Het artikel biedt een vernieuwende kijk op het onderwerp.

Soms lees je een artikel en realiseert je je dat je niets nieuws hebt gelezen. Begrijp me niet verkeerd: ik weet dat er maar weinig echt nieuws wordt bedacht, maar ik zie regelmatig teksten die (nagenoeg) geknipt-en-geplakt lijken uit andere artikelen. Deze zijn dus niet waardevol voor de lezer. Een artikel werkt pas echt expertiseverhogend als je je eigen visie verbindt aan de informatie die je geeft.

4. Het artikel is scanbaar.
Op internet leest bijna iedereen artikelen vanaf het beeldscherm. Dat vergt een andere aanpak van je opbouw. Meer wit, meer vet of tussenkopjes. Scanbare artikelen worden beter gelezen dan artikelen zonder alineaindeling. Ik haak bijvoorbeeld af op een pagina met weinig wit. Kijk maar eens naar de witregels het onderstaande webartikel (of liever gezegd naar het ontbreken ervan):

 

5. Het artikel beschrijft een onderwerp met focus.
In sommige artikelen wil de schrijver zo veel van zijn expertise laten zien, dat hij meer informatie opneemt dan nodig is voor het artikel. Uitweidingen en te veel voorbeelden zijn het gevolg. Een oplossing? Kies bij elk artikel welke vraag je voor je lezer wilt beantwoorden. In dit artikel is de vraag: “Welke elementen moet een goed webartikel bevatten?”.

Ik hoop dat er in de komende jaren nog veel meer zelfstandigen en bedrijven gaan bloggen over de onderwerpen waar zij verstand van hebben. Ik hoop dat ze dat doen met een prikkelende, vernieuwende blik die mij inspireert. Dat dutchbloggies zichzelf vorige week heeft opgeheven omdat bloggen “uit” is, doet daaraan niets af.

(c) Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Marketing zonder taal is ondenkbaar. Altijd heb je woorden nodig om jouw unieke kwaliteiten (of dat van je product) onder de aandacht te brengen. Maar welke woorden zorgen er nu voor dat jouw tekst niet verdwijnt in alle informatieoverload die een lezer elke dag te verstouwen krijgt?

Het antwoord lijkt simpel: het zijn jouw woorden die jou onderscheiden. Zoals iedereen een bepaalde manier van spreken heeft, heeft iedereen ook een eigen schrijfstijl. Als je die inzet, komt het allemaal goed. Authenticiteit, geloofwaardigheid, herkenbaarheid, daar draait het om. Met tekst die je schrijft op een manier die bij jou past, kun je dat bereiken.

Dat klinkt makkelijk. Maar dat is het niet. Want als we gaan schrijven, gaan we daar eens even echt lekker voor zitten. En dan komt die gewichtige stem om de hoek: “HALLO, je bent wel aan het Schrijven hoor (met een hoofdletter S). Dan moet je wel heel mooi taalgebruik bezigen.”


En voor je het weet, praat je niet meer op papier, maar wauwel je in heel mooie woorden die je nooit zou gebruiken als je praat. En dan kunnen je teksten zelfs heel helder zijn, to the point, mooi bondig en erg verzorgd. Maar ook niet onderscheidend van de andere teksten. Iets wat juist zo belangrijk is.

Hoe vind jij jouw stem op papier? Daar moet je even mee oefenen. Ik geef je hieronder twee oefeningen:

Oefening 1: Eerst spreken, dan schrijven

1. Schrijf een aantal vragen op. Bijvoorbeeld: wie ben je? wat doe je? en waarom ben je dit werk gaan doen?

2. Zoek de voicerecording op je mobiel op (bijna elk mobiel heeft er tegenwoordig een).

3. Lees de vragen en spreek het antwoord in op je voicerecording.

4. Speel het opgenomen bestand af en typ de inhoud mee.

5. Haal alle ‘eh’s’, niet-afgemaakte zinnen, haperingen en vulzinnen eruit. En herschrijf zinnen die niet helemaal goed lopen.

Voila, zie daar je bio voor bijvoorbeeld je linkedin-profiel

Oefening 2: Leren praten op papier

Pak een ding van je bureau, bijvoorbeeld je plakbandapparaat. En beschrijf dat apparaat in briefvorm aan iemand die jou en het plakbandapparaat niet ziet. Stel je voor dat je bijvoorbeeld aan een goede vriendin schrijft.

Dan kun je iets krijgen als:

Ik zit hier aan mijn bureau en zie mijn plakbandapparaat. Zal ik je vertellen hoe dat er uit ziet? Ja? Nou, hier komt ie. Het is een klein apparaatje. Zo klein zelfs dat de rol plakband die ik in de kast had liggen, er niet in paste. Dat is wel een beetje onhandig, want nu draait het pakbandrolletje niet goed en moet ik het elke keer zelf ronddraaien. Begrijp je wat ik bedoel? Het is zo’n rol Scotch-tape, van die handige die je niet ziet als je het kopieert. Heb ik ooit eens geleerd toen ik stage liep, weet je nog? Bij Van Sluis op de Van Goyenkade. Nou ja, ik dwaal af, het ging over dat plakbandapparaat. Het is een zwarte en het ijzeren lipje waarmee je het plakband afscheurt, zit een beetje los. Ook dat nog. Eigenlijk is het een waardeloos apparaat. Toch kan ik er geen afstand van doen.

Klets er maar lekker op los. Het gaat niet om de inhoud, maar om de vorm. Als je eerst de techniek onder de knie krijgt, kun je daarna ook de vorm toepassen op de inhoud. Ik wens je veel plezier!

Als je wilt leren hoe je snel je gedachten onder woorden brengt, kijk dan ook eens naar de workshop “Meer klanten door jouw unieke schrijfstijl”.

(c) Suzanne Meijles, ProTaal

NIEUWSBRIEF

Wil je mijn schrijftips in je inbox ontvangen? Meld je dan aan voor mijn e-zine. Lees hier meer informatie over e-zine.

over mij

Ik leer je hoe je door te schrijven de toonaangevende expert wordt in je vakgebied.

image description