Archief voor de "Schrijfproces" categorie

Schrijven en discipline: waarom het soms zo moeilijk is

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Schrijven kost soms zo veel moeite. Net als ‘afvallen’ en ‘stoppen met roken’ (vertellen anderen mij). Zonder discipline red je het niet. Ik moest eraan denken toen ik het onderstaande bericht via Twitter las:

Beste Sint,

Mijn wens voor dit jaar is een dikke vette bankrekening en een slank lichaam.

Het zou fijn zijn als u deze twee niét door elkaar zou halen, zoals vorig jaar. Dank u wel!

 

Het einde van het jaar nodigt uit om na te denken over goede voornemens. Wat wil jij? Afvallen, stoppen met roken of drinken? Of misschien vaker schrijven?

 

Uit psychologisch overkoepelend onderzoek van Prochaska en Norcross komt (vrij vertaald) naar voren dat een wens (tot verandering) niet voldoende is om te komen tot een resultaat. Dit onderzoek ging over mate van succes in therapie. Daar is de wens tot verandering het begin van ander gedrag. Dat is zeker breder te vertalen: je doet nu iets niet wat je wel zou willen doen. Maar alleen het voornemen om meer te schrijven, is niet genoeg, daar is actie (en discipline) voor nodig.

 

 

Stel, je neemt jezelf voor om elke maand een (blog)artikel te schrijven. Niemand die je dat vraagt. Je gaat ervan uit dat het je iets oplevert: naamsbekendheid, scherpte in je denken, klanten misschien. Hoe zorg je ervoor dat je werkelijk elke maand een artikel schrijft? Hoe breng je die discipline op?

 

Waarom werken de standaardadviezen niet? 

Een veelgehoord advies is het tastbaar maken van je plan: Specifiek Meetbaar Aantrekkelijk Reëel en Tijdgebonden (SMART) dus. Bijvoorbeeld: “Ik ga elke woensdag van 9.00 tot 11.00 uur werken aan mijn artikel. Als dat lukt, mag ik van mezelf een superdeluxe broodje halen bij de broodjeszaak om de hoek (voor mij een aantrekkelijke beloning).”

 

Maar zelfs met een SMART plan, zijn er genoeg redenen waarom het toch niet lukt. Want er zijn klanten die voorrang vragen (en die brengen direct geld in het laadje). Of je weet niet precies hoe je het moet aanpakken. Of het kost meer tijd dan je dacht. En er zitten maar 168 uur in een week.

 

Jaldhara Groeneveld schreef in een van haar blogposts over discipline door motivatie. Dat gaat over mensen die aarzelen of een online training wel iets voor ze is. Maar de handvatten die ze biedt om te achterhalen of je iets écht wilt, gelden volgens mij voor elke keuze.

 

Als je met de vragen van Jaldhara tot de conclusie bent gekomen dat je bijvoorbeeld echt elke maand een artikel wilt schrijven, kunnen de volgende tips je misschien ook nog helpen om je voornemen tot een succes te maken:

 

1.         Vertel anderen over je voornemen. Het hardop uitspreken van je voornemen helpt bij het creëren van draagkracht in je omgeving. Hardop uitspreken kan ook betekenen dat het voornemen voor jezelf echt wordt. Onder ‘vertellen’ kun je ook ‘schrijven’ verstaan: schrijf zo specifiek mogelijk op wat je in 2012 wilt schrijven en wat het je oplevert als je dat doet.

 

2.         Wacht niet op inspiratie. Begin gewoon. Kies een vast moment in de week om te schrijven. Misschien kan mijn artikel Wat te doen bij gebrek aan inspiratie  je ook helpen.

 

3.         Vraag hulp. Je hoeft het echt niet allemaal alleen te doen. Hulp kan er zijn in de vorm van een collega(-ondernemer) of een vriend die je teksten leest. Of een schrijfbuddy die ook het voornemen heeft elke maand te schrijven. Hulp vragen kan ook betekenen dat je je opgeeft voor een training of workshop, zodat je in een groep kunt leren. En die direct een mooie stok achter de deur vormt.

 

En jij? Waar haal jij de discipline vandaan om te schrijven? Ik lees je ervaringen graag. Daarvoor kun je hieronder een reactie achterlaten.

 

© Suzanne Meijles

 door Suzanne Meijles

Achter de schermen heb ik de laatste tijd hard gewerkt aan het nieuwsbriefevent dat ik op 20 januari 2012 samen met Welmoet Babeliowsky organiseer. En vanaf vandaag kun je er van alles over lezen. En je kunt je nu ook aanmelden voor het event op de site die we speciaal voor dit event maakten: www.nieuwsbriefevent.nl.

We hebben samen het onderstaande filmpje opgenomen. Ik was wat nerveus bij het opnemen ervan, dat zul je wel zien. Maar het gaat natuurlijk om de inhoud!

Met Welmoet sprak ik af dat we allebei een extra nieuwsbrief naar onze abonnees zouden sturen over onze ervaringen met eerste nieuwsbrieven. Zij verstuurde die van haar met een openhartig verhaal over haar tweede nieuwsbrief, en waarom die ze veel moeilijker vond dan de eerste.

 

Mijn eerste nieuwsbrief

In deze blog vertel ik je graag over mijn eerste nieuwsbrief. Ik hoop je ermee te inspireren en om misschien de stap te wagen die ik ooit ook nam (en die mij veel heeft opgeleverd).

 

Bijna vier jaar geleden stuurde ik ongeveer twee keer per jaar een mail naar wat klanten met een aanbod van korte workshops. Vanuit Outlook kon dat nog, want ik verstuurde niet meer dan 50 uitnodigingen. Meer dan 2x per jaar durfde ik mijn aanbod niet neer te leggen, uit angst om te opdringerig te zijn.

 

In april 2008 viel bij mij het kwartje. Op een marketingcursus van Laura Babeliowsky (inderdaad, de zus van Welmoet) leerde ik hoe je een nieuwsbrief kon schrijven zonder je op te dringen. De sleutel ligt in de waarde van de nieuwsbrief, bijvoorbeeld in de vorm van een artikel.

 

Nou was schrijven iets wat ik als kind al graag deed, maar artikelen schrijven had ik vrijwel nog nooit gedaan. Hooguit een paper voor mijn studie. Wat had ik te vertellen?

 

Toch besloot ik in mei 2008 een heel korte nieuwsbrief te schrijven over een toepasselijk onderwerp: hoe breng je je gedachten onder woorden?

 

Ik deed er ongeveer één hele dag over om de nieuwsbrief te schrijven. En toen was ik ook nog twee dagen bezig met de techniek, gepaard met veel frustratie. Maar toen verstuurde ik hem, met zweet in mijn handen. Het liefst had ik mijn computer afgesloten en hem nooit meer gestart. Zo bang was ik.

 

Maar ik was ook nieuwsgierig. En na 10 minuten kwamen de eerste reacties. Ik heb ze bewaard. Hieronder lees je een paar fragmenten:

Hoi Suzanne, bedankt voor de goede tips!!!

Dank je wel voor je nieuwsbrief. Leuk te lezen!

Dank voor dit leuke artikel, ik ga het bewaren.

 

Deze reacties zorgden ervoor dat ik de maand erop weer een mail durfde te sturen en de maand erop weer. Telkens kwamen er aardige, vriendelijke reacties. En af en toe ook een vervelende (“Wie denk jij wel dat je bent om te zeggen dat ….” bijvoorbeeld). Die gooide ik dan gewoon weg.

 

En ik bleef schrijven, vrijwel elke maand sinds mei 2008. Het is een mooie manier om niet alleen onder de aandacht te blijven, maar ook om je kennis te delen en daarmee klanten aan te trekken.

 

Nu denk je misschien dat schrijven mijn vak is en daarom misschien beter bij mij past dan bij jou. Maar ook in mijn trainingen zie ik dat mensen met heel andere vakgebieden heel nuttige en waardevolle informatie delen in hun nieuwsbrief. Daarmee trekken ze ook veel klanten aan. Ze zitten nooit zonder werk, zelfs niet in deze tijden van economische tegenwind.

 

Wil je ook een vliegende (door)start maken in 2012 met jouw nieuwsbrief? Kijk dan snel op www.nieuwsbriefevent.nl en meld je snel aan.

 door Suzanne Meijles

Mijn vorige artikel ging over nieuwsbrieven en waarom deze (bijna) geen nieuws moeten bevatten. Ik kreeg veel reacties. Iemand vertelde me: ‘ik ken mensen die zich willen afmelden voor jouw nieuwsbrief, omdat je er ook reclame in maakt.

Dat gebeurt inderdaad, dat mensen zich afmelden. Toch stop ik er niet mee. In dit artikel lees je waarom het soms goed is dat mensen zich afmelden (en waarom je toch niet moet stoppen met nieuwsbrieven versturen).

In mijn vorige artikel schreef ik al dat nieuwsbrieven die waardevolle informatie bevatten, klanten kunnen opleveren. Met het geven van informatie over jouw vakgebied laat je zien wat je weet en kunt.

 

Een nieuwsbrief maakt je zichtbaar. Je steekt je kop spreekwoordelijk boven het maaiveld. Dat heeft positieve effecten: meer potentiële klanten weten wat jij verkoopt. Dus kun je er meer klanten door krijgen.

Maar er kleeft ook een nadeel aan het versturen van nieuwsbrieven en de mate waarin je zichtbaar wordt. Mensen gaan iets van je vinden. En sommige mensen zeggen of mailen ook wat ze van je vinden.

Zo schreef ik eens een nieuwsbrief met een artikel over “Wat weerhoudt jou om artikelen te schrijven?”. Daarop kreeg ik een e-mail van iemand die zich via mijn website had aangemeld voor mijn nieuwsbrief. Hij schreef: “Wie denk jij wel dat je bent, dat je ervan uitgaat dat ik geen artikelen kan schrijven. Dat kan ik heel goed (…)”.

Toen ik las “wie denk jij wel dat je bent…” deed dat wel iets met me. Een klein stemmetje in mijn hoofd zei “ja, inderdaad, wie denk jij inderdaad dat je bent?”.

En daar draait het voor een groot deel om bij zichtbaar worden: het maakt je kwetsbaar. Het haalt je soms uit je comfortzone. Bij elke nieuwsbrief die ik verstuur, zijn er abonnees die zich afmelden. In het begin vond ik dat erg, het voelde als een afwijzing.

Maar nu weet ik dat het niet erg is. Er zijn altijd mensen die zich afmelden. Nu kan ik tegen mezelf zeggen: “dat zijn abonnees voor wie mijn teksten nu niet nuttig zijn. Dat kan gewoon.” Ik meld me ook wel eens af, omdat mijn probleem zich heeft opgelost. Of omdat mijn hoofd er even niet naar staat.

Ik verstuur nu bijna 3 jaar elke maand een nieuwsbrief. In het begin leverde me het niet zo veel op. Maar nu levert elk artikel een aantal opdrachten op. Mijn geheim? In een woord: consistentie.

Elke maand begin ik een artikel over een onderwerp dat mij boeit. Ik kauw er even op en verstuur dan mijn artikel waarvan ik hoop dat ik mijn lezers inspireer of help. Ik plan het schrijven in, het staat in mijn agenda.

Het gebrek aan consistentie is een valkuil die ik bij veel anderen zie. Als een nieuwsbrief niet direct klanten oplevert, kan dat je onzeker maken. Dus schrijf je minder en verstuur je minder vaak een nieuwsbrief. Totdat je uiteindelijk misschien niets meer durft te sturen, omdat het al zo lang geleden is dat je de laatste verstuurde.

Dat is jammer, want je mist daarmee een kans. Je moet namelijk weten dat de meeste prospects pas na ongeveer 10 keer contact voldoende vertrouwen hebben opgebouwd om klant van je te worden.

Heb je al lang geen nieuwsbrief meer verstuurd? En durf je bijna niet meer? Misschien helpt het je als je weet dat jouw lezers echt niet zo heel duidelijk voor ogen hebben wanneer jij iets hebt verstuurd.

Zo vertelde een van mijn klanten laatst dat hij nog steeds mensen tegenkomt die tegen hem zeggen dat ze zijn nieuwsbrief lezen. Je moet weten dat hij de laatste nieuwsbrief 2,5 jaar geleden schreef.

De moraal: schrijf artikelen over een onderwerp dat jou boeit en ga vooral dóór. Negeer negatieve reacties en geniet van de positieve berichten. Je schrijft tenslotte voor de mensen die wél enthousiast worden door wat jij schrijft.

 (c) Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Nieuwsbrieven. Bijna elk bedrijf verstuurt ze tegenwoordig digitaal. Gevoed vanuit de gedachte dat je op die manier goed onder de aandacht blijft bij je (potentiële) klant. Maar de inboxen raken verstopt door al die nieuwsbrieven. Bij het woord ‘nieuwsbrief’ zuchten mensen al.

Veel nieuwsbrieven worden dan ook nauwelijks gelezen. Moet iedereen daarom maar stoppen met het sturen van nieuwsbrieven? Ik vind van niet. Maar aan de inhoud mag in veel nieuwsbrieven wel iets veranderen.

Daar zit namelijk vaak het probleem. Veel nieuwsbrieven gaan over het bedrijf: We hebben een nieuwe vestiging, deze nieuwe medewerkers. We hebben deze en die klant geholpen. We doen zus, we willen zo. En neem vooral contact met ons op om onze mogelijkheden te bespreken.

Nieuws van een bedrijf gaat over de zender, over het bedrijf dus. Die inhoud is maar zelden interessant voor je lezer. Nieuws is leuk voor jou en je bedrijf, maar je lezer (lees: je potentiële klant) heeft er niets aan. Jouw nieuwsbrief met nieuws heeft geen enkele waarde voor hem.

Dus misschien moet er eerst iets gebeuren met de term ‘nieuwsbrief’. Een nieuwsbrief moet juist maar heel beperkt nieuws bevatten. In die zin is de term misleidend. In Amerika noemen ze een nieuwsbrief zoals ik erover schrijf een ‘e-zine’: een elektronisch tijdschrift. Zelf noem ik het ‘mijn maandelijkse artikel’.

Toch is het mogelijk om een effectieve nieuwsbrief te maken. Een nieuwsbrief die converteert, die nieuwe prospects, gesprekken en klanten oplevert.

Met een nieuwsbrief kun je consistent onder de aandacht blijven van je (potentiële) klant. Je komt met je nieuwsbrief erg dicht bij je klant, namelijk in zijn of haar inbox.

In mijn inbox zie ik drie soorten nieuwsbrieven:

  1. nieuwsbrieven met alleen informatie over het bedrijf (nieuws);
  2. nieuwsbrieven met alleen waardevolle informatie;
  3. nieuwsbrieven met een combinatie van waardevolle inhoud en daaraan gekoppeld een product of dienst.

 

Het eerste type is het minst geslaagd. Deze ‘hard-core’ nieuwsbrief komt onder de aandacht, maar daar houdt het op. Je doet er niet meer mee dan met een krant: je snelt – als je er tijd voor hebt – de koppen en doet hem daarna weg.

Het laatste type werkt het beste. Als je in een nieuwsbrief vooral veel waardevolle informatie geeft, wordt jouw frequente mailing niet gezien als spam.

Informatie weggeven is dus een zeer effectieve marketingstrategie. Het kan dan zelfs voorkomen dat je lezers je gaan vragen wanneer je weer met een nieuwsbrief komt.

Een nieuwsbrief met waardevolle inhoud is voor iedereen te creëren. Als je coach, adviseur of trainer bent, kun je inhoudelijke artikelen over je vak schrijven. Zoiets als dit blog dus, maar dan over jouw eigen vak.

Als je waardevolle informatie geeft, kun je niet alleen laten zien wat jij weet van je vak, je kunt je lezers ook bewust maken van zaken waarvan ze zich anders misschien niet bewust waren geweest. Bovendien blijf je met een waardevolle nieuwsbrief op een positieve manier onder de aandacht van je (potentiële) klant.

Maar vergeet niet om ook je dienst of product te promoten. Type 2 van de nieuwsbrieven hierboven zie ik ook regelmatig voorbij komen. Dan schrijft iemand een interessant, waardevol artikel. Maar nergens kan ik lezen wat ik bij hem of haar kan kopen. Dat is een gemiste kans!

Ben jij er ook aan toe om meer klanten te werven met een waardevolle nieuwsbrief? Dan is de driedaagse training ‘Aantrekkelijke (web)artikelen schrijven in minder dan een uur’ misschien wel iets voor jou.

© Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Dit weekend las ik ‘What I talk about when I talk about running’ van de Japanse romanschrijver Haruki Murakami. In dit boek beschrijft hij in essays zijn ervaringen als hardloper. Daarbij legt hij de verbinding met schrijven.

De vraag die journalisten hem het meeste stellen, vertelt Murakami, is welke kwaliteiten een schrijver moet hebben om een goede (roman)schrijver te worden. Het antwoord daarop is simpel: het belangrijkste is dat een schrijver talent moet hebben.

Maar talent is eerder een voorwaarde dan een kwaliteit, zegt hij. Om succesvol te zijn, komt het aan op twee andere zaken. De eerste is focus. Om een goede schrijver te worden, is het nodig om je aandacht te beperken. Nergens anders aan te denken dan aan je tekst.

De andere noodzakelijke kwaliteit is volhardendheid. Of, zoals Barry Stevens in de soundmixshow vroeger altijd zei: Vooral dóórgaan! Ook als het even niet lijkt te lukken. Stug doorgaan met focus voor je onderwerp. Doorschrijven.

De vraag die bij mij opkwam bij het lezen van Murakami was: hoeveel talent heb je nodig om wervende teksten te kunnen schrijven? Het is een vraag die sommige mensen ook aan me stellen als ik vertel over mijn werk. Dan willen ze weten hoeveel mensen het schrijven nooit zullen leren.

Een wervende tekst is natuurlijk geen roman. Ik ben ervan overtuigd dat wervend schrijven een vaardigheid is. Iets wat je dus kunt leren. Maar wel onder de voorwaarde dat je je kunt focussen. Dat je je volledige aandacht geeft aan het schrijven (voor een bepaalde tijd natuurlijk).

Maar het schrijven van wervende teksten is voor veel mensen iets wat ze uitstellen. Iets wat ze doen als er helemaal niets anders meer te doen is.

Ik begrijp dat wel. Het is ook best moeilijk om zelf uit te vinden wat werkt in een wervende tekst en wat niet. Daar is, naast focus en volhardheid, ook kennis voor nodig.

In mijn trainingsprogramma ‘Schrijf met meer Impact’ leer je binnen een half jaar hoe je alle wervende teksten schrijft die je nodig hebt om goede klanten aan te trekken.

Het programma biedt je de kans om met focus aan je teksten te werken. Leren gaat in stappen, niet in één keer. Er is oefening voor nodig. Daarbij geven de tussentijdse opdrachten je ook een mooie stok achter de deur. Zodat je volhardend kunt zijn.

Er is nog plaats in het programma dat start op 7 maart 2011. Met deze link kom je op mijn website waar je meer informatie vindt over het programma.

Introductietarief

Als je je aanmeldt voor 2 maart 2011 kun je deelnemen tegen het introductietarief. Daarna gaat de prijs omhoog. Meld je dus snel aan door een e-mail te sturen naar info@protaal.nl. Je krijgt dan van mij een bevestiging en een voorbereidende vragenlijst.

Suzanne

P.S. Twijfel je nog over je deelname? Denk je dan eens in wat het zou betekenen als je al je (wervende) teksten zélf zou kunnen schrijven. Met Schrijf met meer Impact ga je leren hoe je dat doet.door Suzanne Meijles

Een wervende tekst schrijven is moeilijk. Dat vonden tenminste veel van de deelnemers aan mijn workshop op het Fris in je Hoofd-evenement. Daar sprak ik over de vijf succesfactoren van een wervende tekst.


Ik stelde de vraag: wat maakt het nou zo moeilijk om een wervende tekst te schrijven? De antwoorden waren bijvoorbeeld: jezelf verkopen, het kort en bondig op papier krijgen van je gedachten. Maar ook: origineel zijn. Want met clichés kun je niet aankomen, was de gedachte.


Maar er zijn ook mensen die er anders over denken. Laatst zei een belastingadviseur tegen mij: “Maar wat is er dan mis met een cliché? Je kunt mooi in algemene termen beschrijven wat je bedoelt.” Maar juist dat ‘algemene’ is het probleem!


Als dienstverlener wil je natuurlijk laten zien wat jou onderscheidt van andere aanbieders. Bijvoorbeeld op je website. Wat maakt jou anders en beter dan je concurrenten? Dat clichés dan niet werken lijkt een cliché op zich.


Een cliché is een afgesleten uitdrukking. Een open deur. Een nietszeggende algemene frase. Een cliché is een dooddoener, een gemeenplaats.
Een cliché is per definitie niet onderscheidend. En daarom nooit wervend. In een wervende tekst is een cliché dus een doodzonde. Als je met die tekst tenminste klanten wilt aantrekken.


Hoe ziet een cliché op een website eruit? Hieronder lees je een aantal voorbeelden:

“Kwaliteit staat ook bij mijzelf hoog in het vaandel.”

Wat zegt dit? Dat je het belangrijk vindt kwaliteit te leveren. Dat lijkt me een open deur. Cliché dus. Zo onderscheid je je niet van andere aanbieders.


Ander voorbeeld op een website van een coach: “Ik bied klanten graag een luisterend oor.”

Ja, als coach lijkt me dat inderdaad belangrijk. Ik ken geen enkele coach die zou beweren dat hij zijn klanten geen luisterend oor biedt. Niet uniek, niet anders. Dus niet overtuigend.


Of Op de pagina “over ons”: “Belangrijk is de persoonlijke aandacht die [bedrijf X] heeft voor de producten en alles wat hiermee samenhangt.”

Wat staat hier eigenlijk? Blijkbaar denkt bedrijf X dat het zich onderscheidt van zijn concurrenten door de persoonlijke aandacht voor de producten. En alles wat daarmee samenhangt. Heb jij enig idee wat dat betekent? Nee? Dan heeft de schrijver van dit bedrijf zijn doel gemist.


Maar hoe dan wel? Clichés zijn veel eigenlijk heel gemakkelijk te vermijden. De oplossing ligt in het specifiek zijn. Denk na over jezelf en wat jij te bieden hebt.


Maak je teksten persoonlijk, geef ze inhoud. Liever eeen voorbeeld van een paar zinnen dan een korte zin waarin je probeert alles te zeggen. En bedenk dat je daar soms iets meer woorden voor nodig hebt.


Ik weet natuurlijk niet wat de schrijver uit het voorbeeld bedoelde met “Ik bied klanten graag een luisterend oor”. Maar je kunt dit bijvoorbeeld vervangen door: “Als je mij belt met een vraag over je loopbaan, plannen we een intakeafspraak. Daarin vertel je over je vraag. Ik luister, anders dan een vriend of vriendin dat zou doen.”


Dat is misschien niet precies gelijk aan wat die algemene zin zegt, maar geeft wel een veel helderder beeld van wat jij te bieden hebt!


Wat jou onderscheidt van je concurrenten zit ook in je toon, in je stijl. Hoe jij spreekt, hoe je schrijft, hoe jij bent. Hoe jij zaken beschrijft, geeft de lezer een indruk van wie jij bent. Dan trek je precies die klanten aan die zich daardoor voelen aangesproken.


Heb jij ook een mooi cliché gevonden op een website? Ik vind het leuk als je het hieronder bij de reacties achterlaat!door Suzanne Meijles

Schrijfangst. Ik maakte er al vroeg kennis mee. Als mijn vader opdracht had gekregen een voorwoord ergens voor te schrijven, trok hij zich een zondagmiddag terug. Met een schrijfblok, want computers waren er nog niet. Wij mochten niet storen.

Het resultaat na drie uur zwoegen: een berg met propjes in de prullenmand. En een half beschreven A4 met behoorlijk wat doorhalingen en extra aantekeningen in de kantlijn.

Mijn vader was een ‘gummer’, een van de schrijftypes die ik onderscheid. Gummers zijn zeer perfectionistische schrijvers. Halverwege een zin die ze aan het typen zijn, schiet er een beter begin te binnen. Met als resultaat dat ze soms wel vijf of tien keer die zin opnieuw beginnen.

Waar je in het tijdperk voor de computer als gummer nog enig resultaat terug zag in een volle prullenbak, zie je nu, met dank aan de computer, niets meer terug. Dat betekent dat je na drie uur werken misschien 200 woorden hebt. Waar je ook nog eens niet tevreden over bent.

Waar komt schrijfangst vandaan? Volgens mij zijn er een paar oorzaken te onderscheiden:

Schrijfangst hangt samen met de angst om zichtbaar te worden. Als je schrijft en dat publiceert, maak je aan de wereld duidelijk wat jouw visie is. Dat maakt je in zekere zin kwetsbaar. Iedereen kan er iets van vinden. Wie zit er nou te wachten op wat jij vindt? Mijn eerste blogpost plaatste ik ook met zweet in mijn handen…

Schrijfangst hangt samen met perfectionisme. Perfectionistische schrijvers hebben een zeer strenge corrector op de schouder zitten die ingrijpt bij elke typefout of zinsconstructie die niet helemaal lekker loopt. Sommige schrijvers hebben vooraf al een beeld van het eindproduct. Alles wat ze schrijven, haalt het niet bij het eindproduct dat ze voor ogen hadden. Want het moet natuurlijk wel in 1 keer goed op papier staan.

Schrijfangst hangt samen met overtuigingen; gedachten die je jezelf hebt eigen gemaakt. Die je gelooft, ook al zijn ze misschien niet waar. Misschien denk je dat schrijven altijd  vanzelf gaat als je creatief bent. De kans op mislukken is dus groot als jij ervan overtuigd bent dat je niet creatief bent. Of je hebt op school van twee docenten of juffen gehoord dat je niet zo veel gevoel hebt voor taal. Dan denk je misschien dat je het niet kunt.

Schrijfangst verlamt je. En kan leiden tot uitstelgedrag: Als ik eerst mijn admnistratie, mail en facturen heb weggewerkt, heb ik tijd en rust om te schrijven. Daardoor blijft het in je hoofd zitten (‘oh ja, ik moet ook nog schrijven’). Zodat je jezelf flink omlaag haalt als je die geplande middag niet hebt geschreven.

Er is zeker iets te doen aan schrijfangst. Hieronder vind je een paar suggesties die je kunnen helpen om productief te zijn en je schrijfangst de baas te worden:

1. Schrijf volgens een plan. Begin niet direct aan het eindproduct, maar zie het schrijven als een reis. Je kunt je niet laten ‘upbeamen’ naar het eindproduct. Deel het proces op in stukjes. Bepaal een onderwerp, zet de inhoud in hoofdlijnen uit, schrijf in etappes. En corrigeer pas als je hebt geschreven. Geniet van de reis!

2. Zoek een schrijfmaatje. Of maak een schrijfclubje. Als je met iemand samen werkt, kun je elkaar ondersteunen. Bepaal samen een deadline, zodat je verantwoordelijkheid naar elkaar creeert. Daarna kun je ook je tekst even aan iemand laten lezen voordat je hem wereldkundig maakt.

3. Realiseer je dat schrijven vooral ook gewoon hard werken is. Iedereen moet het leren. Het is net als met alle andere vaardigheden: oefening baart kunst. Een van de manieren om te leren is door een tekst die je heel goed vindt, over te schrijven.

Begrijp me niet verkeerd: ik propageer geen plagiaat. Nee, als je een tekst letterlijk overschrijft, krijg je gevoel voor de zinsconstructies. En voor de keuzes die de schrijver maakte toen hij schreef. Je zult zien dat het na het overschrijven gemakkelijker wordt die stijl te kopieren. Maar vertel natuurlijk wel je eigen verhaal.

4. Houd je interne criticus op afstand. Spreek jezelf toe. Bij mij helpt het door mezelf gerust te stellen. Ik denk: ‘deze zin is niet perfect, maar toch schrijf ik door, want misschien is de volgende zin of de zin erna wel goed’. En het grappige is: die eerste zin is inderdaad vaak niet fantastisch. Die schrap ik in de eerste correctieronde. Maar de tweede en derde zin zijn achteraf eigenlijk best vaak goed gelukt. Die waren er nooit gekomen als ik op die eerste zin was blijven hangen.

5. De angst om zichtbaar te worden, is universeel. Publiceren is eigenlijk hetzelfde als voor een groep je verhaal doen. Er is maar 1 remedie voor dit type schrijfangst: hem te aanvaarden. Ja, iedereen heeft in het begin last van zwetende handen en angst voor reacties. De enige manier om uit te vinden of anderen heel negatief zijn, is het te proberen. Maar pas op, je kunt er ook zomaar fans mee krijgen :-) .

Wil je meer weten over schrijfangst? Het boek ‘Minder opzien tegen schrijven’ van T. Ijzermans en J. De Geus (2009) kan je misschien helpen.

Of kies je ervoor je schrijfangst te aanvaarden en gewoon te beginnen?

Wil je reageren? Graag! Hieronder kun je je reactie en ervaringen achterlaten.

(c) Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Deze week las ik in de krant dat 84% van de ondernemers in Nederland een website heeft. Toch werken sommige van die websites beter dan andere.

Wat moet een website eigenlijk doen? Volgens mij moet een website (uiteindelijk) klanten opleveren. Daar maak je hem in de meeste gevallen voor. Natuurlijk geef je ook informatie, maar je belangrijkste doel is uiteindelijk dat bezoekers klant van je worden. Of, in ‘websitetaal’: een website moet conversie opleveren.

Ik ben ervan overtuigd dat veel websites geen (of veel te weinig) klanten opleveren. Hoe komt dat nu? Ik geef hieronder drie redenen waarom die websites soms geen klanten aantrekken.

Reden 1: de website vertelt alleen maar over het bedrijf
Je kent ze vast: de websites die klinken als een brochure. “Wij zijn er voor de implementatie van uw strategie. Dat doen wij met hoofd en hart. Onze missie is het duurzaam realiseren van prestatieverbeteringen van organisaties en de mensen die er werken. Met drie formules, X, Y en Z, werken wij aan klinkende resultaten.”.

Mooie woorden, maar ze gaan eigenlijk niet over de klant. Hoe weet ik nou of dit het bedrijf is waar ik zaken mee wil doen? Laat liever zien dat je de problemen en vragen van je klant kent. En dat je daar een passende oplossing voor hebt.

Reden 2: de website heeft geen focus
Deze reden zie ik bij veel eenmanszaken. Even googlelen op de vier trefwoorden ‘training, coaching, advies, interim’ leverde me 95600 hits op.

Ik klik op een willekeurige website en zie daar in de menubalk wel 6 verschillende diensten: training, coaching, interimopdrachten, managementadvies, e-coaching en teamcoaching. Voor een eenmanszaak! Waar haalt die man of vrouw de tijd vandaan om al die verschillende diensten goed uit te voeren? (Dat denk ik dan.)

Natuurlijk, ik begrijp het: waarschijnlijk kan deze persoon al deze dingen goed. Maar ergens klinkt er een stemmetje in mijn hoofd: ‘waar is hij het beste in?’. Ik geloof het gewoon niet dat iemand goed kan zijn op zes verschillende gebieden.

Beperk je liever tot dat waar je het allerbeste in bent. Dat is namelijk heel aantrekkelijk voor klanten. Die doen graag zaken met mensen die (veel) verstand van een zaak hebben.

Reden 3: de website is onpersoonlijk
Bij het kopen van een matras hoef ik niet zonodig te weten wie er achter die webwinkel zit. Maar als ik iemand zoek die me zo af en toe kan bijstaan bij mijn administratie, dan wil ik in ieder geval een foto zien van die persoon op de website. Ziet die persoon er een beetje normaal uit?

Klanten zijn ook gewoon mensen, net als jij. Een website is een manier om kennis te maken. Hoe doe je dat op een feestje? Je stelt een vraag, je geeft een antwoord, je vertelt iets over jezelf. Zo doe je dat op je website ook.

Vertel een verhaal, bijvoorbeeld over waarom je dit bedrijf bent gestart. Een verhaal over je passie is interessanter om te lezen dan een missie of visie.

Bedenk wel dat persoonlijk iets anders is dan prive: vertel dus liever niet over het tuinhuisje waarin je je werkkamer hebt gemaakt. Maar je eigen scheiding noemen kan bijvoorbeeld weer wel als je coach bent met ‘scheidingen begeleiden’ als specialisme. Dat zegt namelijk iets over jou waardoor de klant vertrouwen in je kan krijgen. (“Oh, hij weet tenminste wat ik nu doormaak”)

Een website die klanten aantrekt, is dus een website die klanten aanspreekt. Natuurlijk is er ook veel te vertellen over opbouw van pagina’s en het maken van buttons om je lezers te verleiden om maar snel tot koop over te gaan. En er zijn vast allerlei technische snufjes om je website beter te laten vinden.

Maar uiteindelijk is de tekst op een website cruciaal. Een gelikte website met een slechte tekst valt door de mand. Met tekst weet je de klant die bij jou past te boeien. En te binden. Dat worden klanten die graag bij je terugkomen. Omdat ze vertrouwen in je hebben. En ook dat vertrouwen begint met de tekst van je website.

(c) Suzanne Meijles, ProTaal

Wil je met je eigen websiteteksten aan de slag? Op 28 oktober 2010 geef ik voor de laatste keer (in deze vorm) de eendaagse training Wervende websiteteksten schrijven. Je leert dan niet alleen wat er werkt op een website, maar ook hoe je de juiste toon vindt in je tekst. Zodat je precies die klanten aantrekt die jij graag wilt!door Suzanne Meijles

Afgelopen vrijdag gaf ik een training aan een aantal marketingmedewerkers. Een van hun vragen was: wat doe je als je met een tekst meerdere soorten doelgroepen wilt aanspreken? Deze vraag hoor ik vaak.

vraagtekenBij sommige teksten die je schrijft, weet je niet precies wie je lezer is. Je wilt gewoon iedereen bereiken met je tekst. Eigenlijk wil je bij voorbaat niemand uitsluiten. Je gaat voortvarend van start: je beschrijft wat de aanleiding was voor de tekst. Maar kort daarna begint het al: hoe sluit je aan bij je lezer?

Het resultaat is een tekst vol algemeenheden en vage taal die niemand aanspreekt. Zie daar de paradox: in je wil om iedereen te bereiken, voelt niemand zich meer aangesproken.

Schieten met hagel noem ik dat. Misschien raak je toevallig iemand die in jouw vuurlijn van woorden loopt, maar de kans op een voltreffer is klein. Een beetje zuur als je bedenkt hoe veel tijd je in je tekst hebt gestoken.

Het is net als in het echte leven. Je kunt niet iedereen tevreden stellen, je kunt niet ieders vriend zijn. Ook in een tekst is dat onmogelijk. Hoe zie jij dat voor je? Als je zowel overheidsorganisaties als telecommedewerkers wilt aanspreken? Het is op zijn zachtst gezegd erg moeilijk, zo niet vrijwel onmogelijk.

In mijn ogen schrijf je het meest efficiënt met één lezer voor ogen. In marketingtermen is dit een ijkpersoon. Een ijkpersoon is een fictieve persoon, met alle kenmerken die een persoon die symbool staat voor jouw doelgroep. Denk aan geslacht (man of vrouw), leeftijd, opleiding, beroep en interesses. En als je een wervende tekst schrijft, kun je ook beschrijven welke problemen of wensen deze persoon heeft.

Redacties van tijdschriften maken er gebruik van, maar ook winkels of organisaties. Ze geven deze ijkpersonen ook nog een naam. In mijn zoektocht op internet kwam ik ‘Marc de Groot’ tegen, een uitgewerkte ijkpersoon die twee studenten maakten voor BREIN (je weet wel, die stichting die kopiëren van cd’s en dvd’s tegengaat).

Ga er eens voor zitten en maak een profiel van jouw ijkpersoon. Geef je ijkpersoon een naam en gebruik hem als check bij de tekst die je schrijft. Wat zou jouw ‘Johan’, ‘Wesley’ of ‘Samantha’ van jouw (wervende) tekst vinden?

Een aansprekende tekst schrijf je met een lezer voor ogen die als voorbeeld dient voor je doelgroep. Als je deze lezer weet je raken, zal dat voor meer mensen in die doelgroep gelden. Door deze focus kun je gemakkelijker inspelen op de vragen en problemen van jouw doelgroep.

Maar misschien zie jij het anders. Is het een groot misverstand dat iedereen zo hamert op focus? Denk jij dat het mogelijk is om verschillende doelgroepen met één tekst aan te spreken? Ik lees graag hoe jij dat doet of welke voorbeelden jij kent, en hoe dat volgens jou werkt. Ook lees ik graag hoe jij jouw ijkpersoon noemt!

© Suzanne Meijlesdoor Suzanne Meijles

Laatst sprak ik Marc, een zelfstandig adviseur in de zorg. Hij helpt zorginstellingen bij het stroomlijnen van hun logistieke processen. Hij houdt van cijfers en formules, en van puzzelen. Maar ook vindt hij het belangrijk om artikelen te schrijven. Er zijn genoeg onderwerpen waar hij over kan schrijven. Maar het blijft bij ideeën en plannen. Hij maakt zijn artikelen niet af. Waarom niet? Omdat hij ervan overtuigd is dat hij niet leuk en niet creatief schrijft.

Veel mensen denken dat ze niet leuk genoeg schrijven. Hoe komt dat? Allereerst is er op de meeste middelbare scholen weinig tijd en aandacht voor creatief schrijven. Als het betoog maar een inleiding, een kern en een slot heeft, is menig docent al dik tevreden. Daar komt nog eens bij dat kort en bondig tegenwoordig de toon bepaalt.

Alles het liefst op 1 A4. Dat is het devies. Maar kort en bondig, en ook nog creatief, leuk en lekker leesbaar, dat zijn in veel gevallen te veel eisen om in één tekst aan te voldoen. Natuurlijk ken je die ene geweldige columnist die dat fantastisch kan. Maar het lukt jou nooit op die manier. Je idee dat je niet creatief schrijft, maakt dat je geen enkele tekst afmaakt.

Wat maakt een tekst nu leuk en creatief? In de eerste plaats moet je weten dat creatief niet per definitie leuk betekent. En een leuk en lekker leesbaar stuk wil niet zeggen dat het creatief geschreven is. Dus wat wil je: een creatieve tekst schrijven? Of een tekst die lekker leest? Waarschijnlijk zeg je nu: “allebei”. Hieronder geef ik je een paar tips die je tekst creatiever kunnen maken.

Creatief schrijven is anders schrijven dan de lezer verwacht. Als je feiten bijvoorbeeld anders presenteert dan gebruikelijk. In romans kun je een verhaal lezen dat verteld wordt door een schilderij, of door een vakantiehuisje. Een verandering van perspectief kan een verhaal opeens een heel andere wending geven.

Hoe pas je een verandering van perspectief toe in een zakelijke tekst? De inleiding van dit artikel is hier een voorbeeld van. Ik voer Marc op om mijn verhaal te vertellen. Hij bestaat in de werkelijkheid niet, tenminste, niet als een persoon. Hij is een samenstelling van drie mensen die ik onlangs heb ontmoet. Maar die drie mensen denk ik wel te kunnen helpen met dit artikel (en misschien nog wel een beetje meer mensen).

Mocht je nu denken: ‘dat intro van dit artikel vond ik helemaal niet zo creatief’, dan kan ik me dat goed voorstellen. Ik vind mezelf ook niet supercreatief, laat ik dat voorop stellen. Maar ik laat me er niet door weerhouden mijn artikelen te schrijven ;-) . Ik koester de gedachte dat het wel míjn tekst is, met mijn toon. En dat maakt hem in die zin al anders dan alle andere teksten.

Een creatieve tekst is een tekst met kleur, met eigenheid. Die bereik je door je eigen toon, jouw eigen stem. Maar ook door beeldend te schrijven: je schrijft dan op zo’n manier dat je lezer bijna ziet gebeuren wat jij beschrijft, alsof hij naar een foto of een film kijkt. Voor beeldend schrijven heb je meer woorden nodig dan anders. Dus juist niet to the point.

Je kunt schrijven: “In een grote, drukke kantoortuin kunnen mensen zich slecht concentreren.”
Niet echt heel beeldend, vind je wel? Hoe kun je dat wel beeldend maken? Bijvoorbeeld zo: “Twintig beeldschermen staan te zoemen in de iets te kleine ruimte. Er gaan twee telefoons. Aan een tafel staan vier mensen te overleggen. Niemand pakt de telefoon. Wie kan zich hier concentreren?” Zie je het voor je?

Niet elke tekst leent zich voor dit beeldende taalgebruik. Maar elke lezer is blij met een tekst die lekker leest. Hoe je dat doet? Bijvoorbeeld door korte en lange zinnen af te wisselen en door woorden te gebruiken die je doelgroep kent.

En als het dan toch niet lukt, laat dan alsjeblieft je gedachte varen dat een tekst creatief of leuk moet zijn. Ga lekker aan de slag met een waardevolle tekst die inhoudelijk goed is. En die ook nog lekker leest. Lezers die een creatieve tekst op prijs stellen, kunnen altijd nog een roman lezen, moet je maar denken.

© Suzanne Meijles, ProTaal

Wil je reageren op dit artikel? Graag! Je kunt hiervoor het reactievak hieronder gebruiken.

NIEUWSBRIEF

Wil je mijn schrijftips in je inbox ontvangen? Meld je dan aan voor mijn e-zine. Lees hier meer informatie over e-zine.

over mij

Ik leer je hoe je door te schrijven de toonaangevende expert wordt in je vakgebied.

image description