Archive for the ‘Spreken - tips’ category

Hoe houd je de aandacht van je gesprekspartner?

maart 31st, 2009

Afgelopen donderdag gaf ik weer een workshop ‘helder en kernachtig formuleren’. Voor deze workshop kan iedereen zich opgeven, en deze keer bestond het gezelschap uit onder meer een planoloog, een architect, een logopedist en een directiesecretaresse. Allemaal wilden ze graag beter, korter, duidelijker leren zeggen wat ze bedoelden.

Hoe komt het dat de ander jou niet begrijpt? Of, wanneer heb je meer woorden nodig hebt om te zeggen wat je wilt? Een van de deelnemers bracht de volgende casus in: “Ik heb voor project X een lijst nodig van afdeling Z. Ik bel Pietje van afdeling Z en leg allereerst uit met welk project ik bezig ben, waar ik tegenaan loop en dan stel ik mijn vraag of hij mij de lijst kan sturen. Pietje laat tijdens mijn monoloog niet blijken dat hij mij begrijpt, dus ik praat ik maar door. Als ik dan bij mijn vraag kom, dan hoor ik pas dat ik bij zijn collega moet zijn.”

Dit voorbeeld geeft prachtig aan hoe belangrijk contact is tussen twee gesprekspartners. In een telefoongesprek is dat contact nauwelijks aanwezig. Je hebt geen idee wat de ander aan het doen is als jij belt met een vraag. Misschien is hij net wel bezig om een nieuw archiefsysteem te maken in zijn computer en gaat hij daar ongemerkt mee door als jij je verhaal afsteekt… Je herkent vast wel de situatie dat iemand te lang niets laat horen van de andere zijde van de telefoon en dat je dan de neiging krijgt om “Hallo, hoor je me nog?” te roepen.

Hoe voorkom je dat je een telefonische monoloog houdt? Mijn advies is: stel vragen. Concreet betekent dat in het bovenstaande voorbeeld: “Hallo, je spreekt met Jolanda van afdeling B. Ik werk aan project X. Heb ik goed begrepen dat jij daar vanuit jouw afdeling coördinator van bent?” Op zo’n moment móét iemand wel reageren. Als het antwoord ‘ja’ is, zeg je: “Ik heb een lijst nodig met deelnemende bedrijven. Heb jij toevallig zo’n lijst?” Als het antwoord dan is “Waar heb je die voor nodig?”, dan kun je altijd nog uitleggen waarom!

Kortom, om kernachtig te spreken, moet je contact houden met je gesprekspartner. Spreken doe je namelijk niet voor jezelf, maar voor je toehoorder. Een van de manieren om contact te houden, is door vragen te stellen. Je zult zien dat je veel meer to-the-point kunt spreken als je vragen stelt.

Suzanne Meijles

Feedback geven in je eigen woorden: kan dat?

oktober 13th, 2008

Vorige week gaf ik een workshop feedback, in Zwolle. Erg interessant, ook voor mij, want ik werkte die dag met een acteur. Als je ooit een communicatietraining hebt gedaan, ken je vast het begrip Feedback.

Je kunt feedback gebruiken om het positieve of negatieve gedrag van de ander te benoemen. Daarbij is het belangrijk te beschrijven wat het gedrag van de ander met jou doet, welk gevoel het jou geeft. Maar het geven van feedback in de praktijk blijkt niet altijd even gemakkelijk.

Als je de feedback geeft met het model dat je tijdens de training geleerd hebt, dan kun je een gekunstelde zinsconstructie krijgen: “Ik zie dat je je kopje altijd óp de vaatwasser laat staat. Dat geeft me een vervelend gevoel. Zou je in het vervolg zelf je kopje in de vaatwasser willen zetten?”

Helemaal volgens de regels, want:

1. je zegt wat je ziet / opmerkt

2 je beschrijft wat het met je doet

3 je geeft een alternatief.

Toch komt de feedback waarschijnlijk niet aan als je het op de bovenstaande manier doet. Sterker nog, de kans is groot dat je “Ben je op cursus geweest?” als reactie krijgt. Niet echt effectief dus.

Hoe komt het nu dat het zo moeilijk blijkt om feedback te geven in je eigen woorden? Daar zijn verschillende antwoorden op mogelijk. In de eerste plaats is feedback geven een vaardigheid. Die is er niet van het ene op het andere moment. Je moet ermee oefenen.

Dat oefenen doe je met het model dat je krijgt aangeboden. Dat model heb ik hierboven heel kort samengevat. Het geeft niet aan hóé je de woorden vindt. Daarom verval je in eerste instantie in “Ik zie dat…” etc. Dat zou je als tweede reden kunnen aanduiden: het is moeilijk een nieuw model direct te vertalen naar je eigen stijl. Iedereen heeft een eigen stijl van communiceren. Niet iedereen kiest dezelfde woorden of maakt even lange zinnen. Bovendien is er de toon, de intensiteit, hardheid, … die de boodschap altijd vergezelt.

Maar nu, is het mogelijk om feedback te geven in je eigen woorden? Ja, dat kan! Hoe? Daarvoor geef ik je een aantal adviezen:

1. Bedenk beginnen van zinnen waarmee je aangeeft dat je iets hebt gezien of opgemerkt. Ik noem een aantal mogelijkheden: “Tijdens je presentatie viel me op dat….” “De laatste tijd zie ik je steeds vaker ….” “Het is me al een paar keer opgevallen dat…” “Vanmorgen zag ik je …”

2. Probeer die eerste delen van zinnen hardop uit. Wees kritisch op jezelf. Komt de zin makkelijk uit je mond? Of hakkel je een beetje? Als je maar een beetje struikelt, zoek dan liever een alternatief.

3. Wees zo specifiek mogelijk over de situatie waarover je feedback wilt geven. Neem je gesprekspartner mee naar het moment waar jij het over wilt hebben. Schets het kader. Dat betekent ook dat je waarschijnlijk meer woorden gebruikt dan je denkt dat nodig is. Een voordeel is dat je een klein verhaaltje vertelt, waarmee je gedwongen wordt om je eigen woorden te gebruiken.

Bijvoorbeeld: “Gisteren, toen jij met Pieter in gesprek was hier, over de weekstaten, toen zat ik aan de telefoon met een klant. Die klant had een probleem met zijn software, maar ik kon hem bijna niet verstaan omdat jullie met elkaar aan het praten waren.”

4. Ga na bij je gesprekspartner of hij je observatie herkent. Dit is een stap die veel vergeten wordt. Maar het kan heel goed zijn dat je gesprekspartner even helemaal niet weet waar jij het over hebt. Vraag dus of hij weet waar jij over spreekt.

Bijvoorbeeld: “Herken je dat?” of “Weet je waar ik het over heb?” of “Zie jij dat ook zo?” Ook hier geldt weer: probeer zo’n zinnetje eerst eens uit (op het “droge”) en vindt uit hoe jij het het liefste zegt.

5. Beschrijf je gevoel specifiek. Als jij zelf te horen krijgt: “dat vind ik niet leuk.” Dan is dat een gevoelsbeschrijving, maar je kunt je er niet zo veel bij voorstellen. Als iemand tegen je zegt: “Ik krijg het gevoel dat je me niet serieus neemt en dat maakt me erg verdrietig.” Dan is dat specifieker, het is veel duidelijk wat het gedrag van de ander met jou doet. Dát maakt feedback effectief!

6. Geef niet te snel een alternatief. Er is een derde reden waarom feedback vaak zo gekunsteld klinkt. Mensen die het geven, willen meteen hun hele verhaal doen, met observatie, gevoel en oplossing. Of mensen geven direct een oplossing, zonder hun gevoel te omschrijven. Neem van mij aan: in veel gevallen is het voldoende om alleen de feiten te beschrijven. In bijna alle gevallen is het genoeg om je observatie én je gevoel weer te geven. Je geeft eigenlijk alleen een alternatief als (1) de ander daarom vraagt of (2) de ander het in de toekomst anders móét doen. In dat laatste geval kun je je afvragen of je wel feedback geeft….

Tot slot: het geven van feedback is een kunst. Je leert het niet van de ene op de andere dag. Gewoon veel oefenen is het devies! Ik hoop dat de bovenstaande adviezen je helpen om de woorden te vinden die bij jou passen. Dan is het geven van feedback een prachtige manier om de ander te laten weten wat zijn gedrag met jou doet.

De volgende keer zal ik een artikel schrijven over feedback ontvangen. Dat is, zo mogelijk, nog moeilijker.

Suzanne Meijles ©

Persoonlijk en overtuigend presenteren

juli 10th, 2008

Spreken in het openbaar is eng. Zo denken de meeste mensen er tenminste over. Uit onderzoek bleek dat mensen net zo bang zijn voor een terroristische aanslag als voor een presentatie voor een groep vreemden. Angst voor blozen, trillen en stotteren staan bovenaan het lijstje met argumenten waarom mensen bang zijn om te spreken in het openbaar. Toch kun je er soms niet omheen: je moet een kleine presentatie geven tijdens een vergadering over jouw expertise of je wilt – als getuige – iets zeggen op een bruiloft van een goede vriend.

Zie jij ook op tegen spreken voor een groep? Misschien denk je dat presenteren iets is wat je van nature kunt of niet. Niets is echter minder waar. Het is zeker mogelijk om met gemak een speech uit je mouw te schudden of voor de vuist weg een presentatie te geven tijdens een vergadering. Presenteren kun je leren.

In dit artikel geef ik je zes tips die je op weg helpen om met minimale inspanning presentaties te geven. In je eigen woorden, zonder stress over het resultaat.

  1. Laat geen enkele gelegenheid voorbij gaan om te oefenen. Dit klinkt misschien raar als je er enorm tegen opziet om te presenteren, maar werkelijk: je verliest je zenuwen alleen door het veel te doen. Toen ik 12 jaar geleden mijn eerste training gaf (nieuwe spelling aan 5 secretaresses van een bedrijf in de Botlek), moest ik gaan zitten. Niet omdat ik moe was, maar omdat mijn knieën zó trilden, dat ik niet kon blijven staan. Dat is iets wat ik me nu niet meer kan voorstellen.
  2. Oefen met onzin-onderwerpen. Oefenen met onzin-onderwerpen is een leuke oefening om eens te proberen met een aantal vrienden bijvoorbeeld. Het werkt als volgt. Jij mag een onderwerp verzinnen voor je degene die naast je zit. Hij of zij moet daar 3 minuten gepassioneerd over spreken. Je kunt je voorstellen dat bij onderwerpen als “schemerlampen uit Rusland” de hilariteit niet te overzien is. Op deze manier bekwaam je je in het “improviserend spreken”. Probeer het eens! Ik vind het enorm leuk als je mij de resultaten laat weten!
  3. Spreek in spreektaal. Een fout die veel beginnende sprekers maken, is dat ze “moeilijk” gaan praten. Alsof ze willen bewijzen dat je ook moeilijk woorden kennen. Niet doen! Praat gewoon zoals je altijd doet, in je eigen woorden, mét de “eh’s” en haperingen die daarbij horen. Dat maakt het juist fijn om naar te luisteren. Het klinkt immers heel naturel.
  4. Laat stiltes vallen. Een onderschatte tip bij presentaties! Je laat in een presentatie veel meer stiltes vallen dan in gewone gesprekken. Je toehoorders weten namelijk niet wat er gaat komen. Door stiltes in je presentaties te lassen, geef je je luisteraars de tijd om wát je zegt, te laten doordringen. Bovendien zet je je verhaal kracht bij en overtuig je meer.
  5. Spreek langzamer dan je gewend bent. Mensen die mij kennen, moeten waarschijnlijk erg hard lachen als ze deze tip van mij lezen. Ik spreek zelf enorm snel en moet me in presentaties en trainingen altijd bewust inhouden. Toch geldt vrijwel voor iedereen dat je langzamer moet spreken dan je in een normaal gesprek zou doen. Ook hier willen je luisteraars graag horen wat je te vertellen hebt, dus geef hen de kans om elke letter die je zegt te horen!
  6. Wees reëel in je verwachtingen. Veel mensen die niet veel in het openbaar spreken, worden vooral zenuwachtig van de gedachte dat ze worden bekeken. Ik kan het niet ontkennen: als je spreekt in het openbaar dan vestig je de aandacht op je. Dat betekent echter niet dat je luisteraars erop uit zijn je af te branden als je een keer stottert of als je vlekken in je nek krijgt. Sterker nog, juist omdat iedereen weet hoe het is om zenuwachtig te zijn, krijg je nog meer krediet dan je al had voordat je begon. Maak het jezelf dus niet te moeilijk door te hoge verwachtingen te hebben van je resultaat. De meeste toehoorders houden inderdaad van een amusant, grappig verhaal. Maar als jij erin slaagt gewoon je boodschap over te brengen, zijn de meeste luisteraars ook al heel tevreden! Als je deze adviezen gebruikt, zul je zien dat presenteren je steeds gemakkelijker afgaat.

Wil je eens samen met mij kijken naar hoe jij je presentaties kunt verbeteren? Misschien wil je kernachtiger spreken in een vergadering, of feedback op je spreektempo of non-verbale gedrag tijdens presentaties? Bel (010-4657775) of mail me (s.meijles@protaal.nl) gerust voor aan afspraak. Vaak kun je in twee coachingsafspraken van anderhalf uur al veel bereiken!

Suzanne Meijles, ProTaal ©

Hoe je 50% van je tijd kunt besparen op vergaderen

juni 26th, 2008

Uit een onderzoek (eind 2007) blijkt dat vergaderen Nederland 60 miljard euro per jaar kost. Tijd besparen op vergaderen betekent dus niet alleen meer tijd om andere belangrijke zaken te doen. Je kunt ook nog kosten besparen.

Hoeveel wordt er nu eigenlijk vergaderd? Het antwoord daarop hangt af van de baan. Directeuren bij ministeries schijnen bijna 70% van hun tijd te besteden aan vergaderen, terwijl de gemiddelde Nederlandse werknemer 3,5 uur per week vergadert.

Hoe kun je nu tijd besparen op vergaderen? Een aantal snelle tips:

  1. Wees selectief in de vergaderingen waar je aan deelneemt. Bedenk van tevoren wat jouw rol in die vergadering is en welke toegevoegde waarde je kunt bieden. Stem daarbij ook af met andere deelnemers; misschien hoeft er maar een persoon van jouw team aanwezig te zijn.
  2. Zorg dat er een agenda is en geef per agendapunt aan wat het doel is.
  3. Bereid een veragdering voor. Een onderschatte tijdsbespaarder. Lees de stukken en schrijf op welke kernpunten je hebt per agendapunt. Dat lijkt misschien meer tijd te kosten, maar als alle deelnemers het doen, kan de vergadering veel sneller verlopen.
  4. Wees 5 minuten voor het begin van de vergadering aanwezig. Je kunt je dan op je gemak installeren, even een kort praatje maken. En daarna op tijd beginnen natuurlijk!
  5. Doe alleen je mond open als je iets toe te voegen hebt. Stel vragen als je de ander niet begrijpt. Sluit met je bijdrage aan bij de laatste spreker door samen te vatten wat hij heeft gezegd. En houd het kort! (Iedereen een bordje geven met “Houd het kort” erop kan werken.)

Sneller vergaderen vergt vaak een omslag in vergadercultuur. Bovenstaande tips kunnen je daarbij helpen. Als je meer wilt leren over besparen op vergaderen, aarzel dan niet met ProTaal te bellen of te mailen. Ik help je graag verder.

Veel vergaderplezier gewenst!

Suzanne Meijles

Hoe je een discussie naar je hand zet

mei 5th, 2008

Iedereen weet hoe het voelt om met een gefrustreerd gevoel een vergadering uit te komen. Je bent nog steeds van je eigen gelijk overtuigd. Maar je hebt niet het idee dat je de anderen van jouw standpunt hebt kunnen overtuigen. Je had net zo goed tegen een muur kunnen praten.

Hoe heerlijk zou het zijn om een vergadering of een discussie af te ronden met het gevoel dat je dichter tot elkaar bent gekomen? Dat je verder bent gekomen? Dat je samen tot een betere oplossing bent gekomen dan jullie ieder apart hadden kunnen bedenken. Dit is geen utopie. De oplossing ligt in het omzetten van een discussie naar een dialoog.

Hoe maak je van een discussie een dialoog? Het lijkt eenvoudig: door te luisteren naar de argumenten van de ander en die te gebruiken. Ik schrijf ‘dat lijkt eenvoudig’, want dat is het niet. Het is bijna tegennatuurlijk om in een discussie te luisteren naar de argumenten van de ander. Die argumenten lijken namelijk helemaal niet interessant voor jouw standpunt. Dus als de ander zijn argumenten etaleert, ben jij in gedachten al weer bezig met het formuleren van jouw volgende argument.

We denken allemaal dat we kunnen luisteren, maar vaak ‘horen’ we alleen maar. Echt luisteren betekent dat je al je aandacht houdt bij wat de ander zegt. Een manier om dat te doen, is om het antwoord van de ander samen te vatten voordat jij reageert. De inhoud van het argument van de ander gebruik je daarna.

Een voorbeeld: Peter zet uiteen waarom hij vindt dat een bepaalde bezuiniging wel kan worden doorgevoerd. Hij geeft aan dat er de vorige keer ook geld kon worden bespaard en dat hij niet begrijpt waarom dat nu niet kan. Jij kunt dan reageren door éérst samen te vatten wat hij heeft gezegd: “Als ik je goed begrijp, zeg jij dat we die-en-die kosten wel kunnen bezuinigen, omdat we dat de vorige keer ook hebben gedaan. Dat vind ik eigenlijk een rare manier om te bezuinigen, alleen omdat we het de vorige keer ook hebben gedaan.”

Je ziet dat je je bijdrage veel beter kan laten aansluiten als je luistert en daarna samenvat wat de ander heeft gezegd. Hierdoor gaat de discussie meer over de inhoud. Door samen te vatten laat je je gesprekspartner bovendien blijken dat je luistert naar zijn argumenten. En daar doe je het tenslotte toch voor: iedereen wil worden gehoord.

Kortom, door te luisteren in een discussie kun je de discussie omzetten naar een dialoog. Je krijgt dan niet alleen waardering als gesprekspartner. Het geeft je ook zelf een voldaan gevoel, omdat je niet continu verbaal aan het vechten bent. Ook kom je in een dialoog samen op een inhoudelijk dieper niveau in de dialoog. Daar was je nooit gekomen als je voornamelijk had nagedacht over je eigen standpunten.

Veel succes met luisteren! Ik hoop dat het je veel oplevert in de komende discussies.

Wil je liever eerst oefenen met samenvatten? Dat kan: in een 1-op-1-sessie met mij krijg je feedback op jouw samenvattingen en hoe je je eigen standpunt goed naar voren kunt brengen. Je mag me bellen of mailen als je vragen hebt of als je een afspraak wilt maken. Ook geef ik dit onderdeel in de training ‘Vergaderen in minder tijd’. Deze training verzorg ik in-company voor bedrijven. Als je meer wilt weten, bel (010-4657775) of mail (info@protaal.nl) me dan gerust.

Suzanne Meijles