Iedereen die wel eens een tekst schrijft, kent het. Je leest een zin en denkt: ‘hij loopt niet.’ Dat overkomt je misschien ook wel eens als je een tekst van een ander leest. Gevolg: je moet de zin nog een keer lezen en soms nog een derde keer. De meeste lezers nemen die moeite niet en stoppen met lezen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling bij een tekst die jij schrijft!
Wat is er nodig voor een lekker lopende tekst? Het antwoord op deze vraag kwam uit onverwachte hoek. Een metselaar die ik sprak over het herstellen van de voegen van onze gevel, vertelde me iets over voegen dat me aan het denken zette over de opbouw van teksten.
Teksten bestaan uit woorden. Een aantal woorden achter elkaar vormt een zin en een paar zinnen vormen een alinea. Zo bouw je aan een tekst. Je zou kunnen zeggen dat je zinnen de bakstenen van je tekst zijn. Als je ze echter op elkaar stapelt, blijven ze misschien wel liggen, maar ze vormen nog geen muurtje.
Wat heb je nodig om die zinnen aan elkaar te metselen? Metselaars gebruiken specie. Schrijvers hebben structuur- en signaalwoorden. Structuurwoorden zijn woorden die verwijzen naar andere woorden: ‘hiermee’, ‘daardoor’, ‘waarin’, maar ook ‘het’, ‘ze’ en ‘deze’ bijvoorbeeld. Signaalwoorden zijn verbindingswoorden die een signaal afgeven dat de lezer in een bepaalde richting laat denken. Hierbij moet je denken aan woorden als ‘want’, ‘dus’ en ‘ook’. Maar ook aan verbindingszinnen als ‘Onderstaand noem ik drie factoren die het u gemakkelijker maken een nieuwe keuken te kopen’.
Een tekst die wat ‘houterig’ loopt of staccato klinkt, kan lijden onder te weinig signaal- en structuurwoorden. De losse woorden of losse zinnen moeten nog aan elkaar verbonden worden. Natuurlijk zijn er vast ook andere oorzaken te benoemen voor een tekst die niet goed loopt. Maar ga eens op zoek naar de structuur- en signaalwoorden in een tekst die niet goed loopt. Misschien moet je tekst gewoon wat meer structuurwoorden krijgen.
De metselaar die ik onlangs sprak, vertelde me dat de voegen (de specie dus) 20 tot 25% van het totale geveloppervlak besloegen. Dat percentage is gelijk aan het percentage structuur en signaalwoorden in een lekker lopende tekst. Toeval? Ik denk het niet.
(c) Suzanne Meijles, ProTaal
Wil je reageren op dit artikel? Je reactie op dit artikel is zeer welkom. Je kunt hiervoor het onderstaande formulier gebruiken.
Het is ‘lijden’ ipv ‘leiden’.
Verder vind ik het een mooi verhaal, al moet je wel goed weten wanneer je welke verbindingswoorden gebruikt, te veel (en natuurlijk te weinig) nutteloze verbindingswoorden doen ook niet veel goeds.
Maar ik vind je adviezen erg goed over het algemeen!
Groet,
Hille
Dankjewel Hille, voor je correctie. Ik heb het direct aangepast. Ook bij mij slipt er nog wel eens een foutje doorheen…
Natuurlijk is het nodig dat je de verbindingswoorden kiest die passen in de context. Een tekst met een overschot aan (nutteloze) verbindingswoorden kan ook slecht leesbaar worden.
Groeten,
Suzanne